|
23 nov 2000
Onderdeel:
Wageningen-UR
Nummer:
0033_1
Schotse Hooglanders helpen op de Veluwe edelherten en wilde zwijnen bij het vinden van voedsel. Theoretisch werd dat al lang verondersteld, maar onderzoekers van Alterra kwamen na een relatief eenvoudig en toegepast onderzoek voor het eerst met harde bewijzen.De grootwildecologen dr. Geert Groot Bruinderink, ing. Dennis Lammertsma en dr. Loek Kuiters onderzochten in opdracht van Natuurmonumenten sinds 1997 de relaties tussen edelherten en de in 1982 uitgezette Schotse Hooglanders in de voormalige landbouwenclave Groenendaal. Uit het onderzoek blijkt dat de dat de hoeveelheid voedsel die voor dieren beschikbaar is, hoger is als er runderen, edelherten en wilde zwijnen grazen. De enige verklaring daarvoor is dat de dieren elkaar 'faciliteren' in het voedselzoeken, dat ze elkaar helpen. Voor het onderzoek werd het zestig hectare grote gebied in twee stukken gedeeld, een helft waar runderen wel komen en een helft waar ze niet komen. Edelherten en zwijnen konden in beide delen komen. De aanwezigheid van Hooglanders, edelherten en wilde zwijnen werd maandelijks geteld aan de hand van de uitwerpselen. De oorspronkelijke vraag van Natuurmonumenten ging over de relatie tussen de Hooglanders en de edelherten, maar toen de onderzoekers ook keutels van wilde zwijnen vonden, hebben ze die tegelijk maar in het onderzoek betrokken. De zwijnen hebben vooral 's winters gras nodig, als de eikels en beukenootjes op zijn. ,,Het resultaat was verbluffend'', vertelt Groot Bruinderink. ,,Edelherten en wilde zwijnen kwamen eigenlijk alleen maar op de plekken waar de runderen hadden gegraasd.'' De Hooglanders blijken zonder al te veel kieskeurigheid te grazen. Ze eten daarbij ook hoog, moeilijk verteerbaar gras, zodat het lagere, makkelijker verteerbare gras toegankelijk wordt voor de andere dieren. Edelherten, zo blijkt uit het onderzoek, grazen het liefst gras van 22 centimeter. Wilde zwijnen zoeken jonger gras van 15 centimeter lang. Met een beetje fantasie kun je zeggen dat de Hooglander het gras op edelherthoogte graast, en dat het edelhert het vervolgens op zwijnhoogte graast. Facilitatie is een bekend en oud begrip in de ecologische theorie. Bewijzen zijn echter schaars. ,,Het is verdomd moeilijk aan te tonen'', aldus Groot Bruinderink. Hij is dan ook erg enthousiast dat uit het relatief kleinschalige onderzoek in de Veluwe voor het eerst bewijzen rolden voor de facilitatie van runderen voor edelherten en wilde zwijnen.De onderzoekers gaan de fundamentele wetenschappelijke bewijzen publiceren in een gerenommeerd wetenschappelijk tijdschrift. Het artikel is al af. Groot Bruinderink denkt aan het Journal of Applied Ecology. ,,Ik denk dat ze het graag willen plaatsen.'' | M.W.
|