|
9 nov 2000
Onderdeel:
Wageningen-UR
Nummer:
0032_3
Willen lokale initiatieven van boeren meer kans krijgen, dan moet de overheid niet alle initiatieven over n kam scheren, maar juist de verscheidenheid erkennen. De boer recht in de ogen zien, werkt ook beter dan een brief sturen. Dit concludeert promovendus ir. Eric Hees. ,,Landbouwbeleid is het resultaat van de interactie tussen boeren, burgers en overheid'' zegt Hees. Daarom noemt hij de laatste liever beleidsbemiddelaars dan beleidsmakers. ,,Overheidsbeleid evolueert nog te vaak op basis van berekeningen. Bijvoorbeeld een berekening die uitwijst dat in 2003 het mestprobleem opgelost is. Iedereen weet dat dat niet zo is. Het is beter uit te gaan van concrete en positieve initiatieven van boeren zelf en die te stimuleren.'' Die belangrijke lokale rol krijgt volgens Hees meer nadruk als de overheid een ondernemende houding beloont in plaats van ongewenst gedrag te straffen.De samenwerking tussen boeren en overheid zou beter worden als de overheid uitgaat van verschillen tussen die boereninitiatieven en er meer face-to-face contacten zijn tussen boeren en beleidsbemiddelaars. Dat betekent dat de nationale overheid zich minder met het beleid moet bemoeien en meer ruimte moet laten aan de lokale overheid. Gemeenteambtenaren kunnen immers makkelijker even bij de boer langs. Hees erkent dat de huidige landbouwminister Brinkhorst niet erg veel zou voelen voor zijn model van beleidsbemiddeling. De minister wekt volgens Hees eerder de indruk een sterke man te willen zijn die voor de samenleving bepaalt wat goed is. ,,Zo'n minister past eigenlijk meer bij een land als Frankrijk dan bij het Nederlandse poldermodel van consultatie, compromis en consensus.'' Hees promoveert 10 november bij prof. dr. ir. Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar Rurale sociologie. | J.T.
|