|
12 okt 2000
Onderdeel:
Wageningen UR
Nummer:
0030_1
Veel planten en bomen op het noordelijk halfrond beginnen in het voorjaar eerder te groeien dan enkele tientallen jaren geleden. Dit heeft grote gevolgen voor de landbouw, bosbouw en de volksgezondheid. Dit bleek tijdens de internationale fenologenconferentie die van 4 tot 6 oktober werd gehouden in Freising, Duitsland, en waaraan Wageningse onderzoekers deelnamen.Uit veldwaarnemingen blijkt dat het groeiseizoen van een groot aantal planten- en boomsoorten in de afgelopen twintig jaar is toegenomen, varirend van acht tot 25 dagen. Diverse boomsoorten in Europa zoals de eik en den komen acht tot tien dagen eerder in blad te staan. De populier in Canada krijgt nu zelfs een maand eerder blad dan honderd jaar terug en vele olijvensoorten in het Middellandse Zeegebied groeien langer. Fenologen - zij bestuderen de ontwikkelingssnelheden van planten en dieren - zoeken de verklaring vooral in het feit dat de temperatuur in veel gebieden op aarde is toegenomen in de afgelopen decennia. Dit ligt in de orde van enkele tienden graden. Naast veldwaarnemingen wijzen ook satellietgegevens op een verlenging van het groeiseizoen van planten en bomen. Dr. Tucker van de NASA concludeert op basis van satellietgegevens voor het noordelijk halfrond dat de foto-syn-these in de periode 1981 tot 1999 met tien procent is toegenomen. -Medeorganisator van de conferentie ir. Arnold van Vliet van de leerstoelgroep Milieusysteemanalyse, wijst er eveneens op dat door een langer groeiseizoen de fotosynthese toeneemt en planten en bomen meer van het broeikasgas CO2 zullen vastleggen. Een langer groeiseizoen kan echter ook negatieve consequenties hebben. Bosecologen wezen er op dat sommige bomen zoals de beuk sneller reageren op een temperatuurstijging dan andere. Door eerder en langer in blad te staan, kunnen ze andere bomen makkelijker wegconcurreren. Het gevolg is een andere bossamenstelling, wat ook gevolgen heeft voor insecten en vogels. Om dit soort ontwikkelingen beter te voorspellen, moeten fenologische kenmerken ingepast worden in ecologische modellen. Dr. Koen Kramer van Alterra pleitte hiervoor tijdens de conferentie. Een andere ongunstige ontwikkeling is de toename van insectenplagen. Sommige insecten profiteren van de hogere temperatuur en verspreiden zich over een groter gebied. Een voorbeeld is de Paardekastanjemineermot, afkomstig uit Zuid-Europa, die noordwaarts is getrokken en Nederland heeft bereikt. Deze mot richt grote schade aan aan de bladeren van de paardekastanje. Het langere groeiseizoen van planten heeft ook consequenties voor de volksgezondheid. Italiaanse onderzoekers van de Universiteit van Bologna wezen erop dat mensen steeds eerder hooikoorts krijgen. Dit ligt in de lijn met fenologische waarnemingen. De stuifmeelkorrels komen namelijk steeds vroeger in het jaar in de lucht en blijven er ook langer. Van Vliet: ,,Ook zie je dat het aantal mensen met hooikoorts toeneemt. Nu al heeft zo'n twintig procent van de bevolking in Europa er last van.'' Van Vliet denkt dat dit soort ontwikkelingen sneller worden ontdekt met behulp van fenologische waarnemingsgegevens. Goed nieuws is de vondst van datasets in onder andere Finland en Engeland die teruggaan tot in de achttiende eeuw. | H.B.
|