|
21 dec 2000
Onderdeel:
Wageningen-UR
Nummer:
0035_2
De eerste complete DNA-volgorde van een hogere plant is klaar. Het erfelijk materiaal van het onkruid Arabidopsis thaliana (zandraket) is 13 december volledig beschreven in het tijdschrift Nature. Wageningen bepaalde bijna 2 miljoen van de 115 miljoen baseparen die samen het erfelijk materiaal van het onooglijke onkruidje vormen.De Wageningse bijdrage aan de genetische kaart is geleverd door Plant Research International. Onderzoeker prof. dr. Willem Stiekema is een van de honderden auteurs die bij het artikel in Nature staan vermeld. De DNA-volgorde is volgens Stiekema de beste die tot nu beschikbaar is gekomen van een meercellig organisme. De zandraket is het 49ste organisme waarvan de DNA-volgorde klaar is. De foutenmarge is kleiner dan 1 op de 10.000 baseparen, de bouwblokken van DNA. Om die marge zo klein te krijgen hebben de onderzoekers elk stukje DNA minstens zeven keer geanalyseerd. Nu de genenkaart volledig klaar is, kunnen de onderzoekers zich storten op de vraag wat de naar schatting 25.000 genen van de zandraket doen en op welke manier ze samen het leven van de zandraket sturen.Biologische klok De genenkaart leverde verschillende verrassingen op. Opmerkelijk is bijvoorbeeld dat een aantal genen die in de zandraket betrokken zijn bij de fotosynthese sterk lijken op de genen die in muizen de biologische klok laten lopen. Stiekema verwacht dat de golf aan genetische informatie die de komende jaren vrij zal komen, zal leiden tot meer van dergelijke verrassingen. De analyse van de genen, zal de verschillende gebieden van de life sciences naar zijn verwachting dichter bij elkaar brengen. Plant Research international beschikt over moderne apparatuur die zo'n anderhalf miljoen DNA-bouwstenen (baseparen) per dag kan analyseren. Onlangs ontrafelde het instituut het genoom van een melkzuurbacterie. De komende jaren zal de genomics afdeling van het instituut onder andere gaan werken aan de genetische kaart van aardappel, tomaat en rijst.Modelplant De zandraket is in de jaren negentig uitgegroeid tot d modelplant voor plantwetenschappers. In de jaren zestig had het onkruidje zijn eerste wetenschappelijke bloeiperiode. Reden voor de populariteit van de zandraket was de korte generatietijd. Binnen zes weken groeit een zaadje uit tot een zaaddragende plant. Die korte periode maakt de zandraket uiterst geschikt voor kruisingsproeven, binnen een paar weken zijn immers de resultaten bekend. In de jaren zeventig raakte het plantje echter weer in de vergetelheid. Wageningen Universiteit heeft een belangrijke rol gespeeld bij de comeback van de zandraket. Prof. dr. ir. Maarten Koornneef van de leerstoelgroep Genetica was een van de weinigen ter wereld die aan de plant is blijven werken, en die ook een collectie in leven hield. Koornneef was in 1983 de eerste die een genetische kaart van de plant publiceerde. | K.V.
|