IJsselmeervissers moeten niet denken dat de aal terugkomt als de sluizen in de afsluitdijk langer open worden gezet. De vis-vangsten verminderen is een betere maatregel, zegt Willem Dekker van het Rivo.
Dekker stelde vast dat de aal nog steeds vanuit zee het IJsselmeer binnenkomt, ondanks het feit dat de sluizen in de afsluitdijk alleen horen open te gaan bij eb in de Waddenzee. Vissen moeten tijdens eb tegen een sterke stroom inzwemmen als ze het IJsselmeer willen bereiken.
Binnenvissers opperen al lange tijd het idee dat de jonge aal, die van oudsher naar het IJsselmeer komt om op te groeien, gehinderd wordt door de afsluitdijk en daardoor in veel kleinere getalen in het IJsselmeer zit.
Dekker denkt dat de oorzaak ergens anders ligt: ,,Ook in de Noordzee en de Waddenzee is er slechts tien procent over van wat er vroeger aan aal in zat. En de jonge aal weet toch via de sluizen het IJsselmeer te bereiken, en wel als gevolg van slordigheden in het sluisbeheer. De sluisdeuren worden langer opengehouden dan gepland.''
De afdamming van rivieren en binnenzeen en de visserij zelf heeft volgens Dekker de slechte aalstand veroorzaakt. Alle grote rivieren in Engeland, Spanje en Portugal zijn afgedamd. De aal kan daardoor de rivieren niet meer in, terwijl hij deze wateren nodig heeft om grote populaties te vormen, stelt Dekker. Inperking van de visserij zou de aalstand volgens hem verbeteren, maar het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij wil daar tot nog toe niets van weten. | H.B.