|
19 sep 2002
Onderdeel:
Wageningen-UR
Nummer:
0226_1
Rondom een natuurgebied in West-Mexico is de biodiversiteit meer gebaat bij het samenspel van landbouw en natuur dan bij pure ongerepte natuur. Daarom moeten boeren een actieve rol spelen in het behoud van biodiversiteit. Dat blijkt uit een onderzoek van socioloog en bosbouwer ir Peter Gerritsen. Hij onderzocht hoe boeren aankijken tegen natuur en hoe zij haar als hulpbron gebruiken en beheren.Een van de voorbeelden die Gerritsen aanhaalt is een inheemse massoort, de wilde voorvader van de huidige mas. Die soort gedijt in de zwerflandbouw rondom het natuurgebied, maar niet in de kern van het natuurgebied zelf sinds de invloed van mensen daar verdween. Anders dan veel biologen, die er vaak van uitgaan dat boeren biodiversiteit niet waarderen en niet goed beheren, bekeek Gerritsen de biodiversiteit vanuit het perspectief van de boer. Daaruit blijkt dat boeren hun natuurlijke omgeving zien als een verscheidenheid aan hulpbronnen die ze kunnen gebruiken. En ze beheren het landschap waarin die diversiteit zich voordoet ook actief om de door hen gewaarde hulpbronnen te behouden.Toch wordt die diversiteit ook bedreigd. Steeds meer land wordt bijvoorbeeld omgevormd tot weide, omdat veeteelt meer in trek is dan akkerbouw. Volgens Gerritsen komt dat onder meer omdat de prijs van mas is gedaald, waardoor veeteelt een belangrijke bron van inkomsten is geworden in de regio. Dit benvloedt het lokale beheer van het landschap en dus van biodiversiteit, concludeert Gerritsen. Beleidmakers doen er dan ook goed aan om uit te gaan van boerenpraktijken bij het behoud van biodiversiteit. Sociologisch onderzoek daarnaar kan het begrip tussen natuurbeheerders en boeren vergroten en zo de basis vormen voor samenwerking, aldus Gerritsen. | Joris TielensPeter Gerritsen promoveert op 25 september bij prof. Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar Rurale sociologie van Wageningen Universiteit.
|