|
23 mei 2002
Onderdeel:
Wageningen-UR
Nummer:
0216_1
De introductie van edelherten in het leefgebied van reen op de Veluwe verloopt niet probleemloos. De reen raken gestresst en worden verdreven naar minder voedselrijke gebieden. Dat blijkt uit promotieonderzoek van dr Ruben Smit.De circa 180 reen die in het noordelijke en zuidelijke deel van Nationaal Park De Hoge Veluwe leven, hebben in 1995 gezelschap gekregen van een ongeveer even groot aantal edelherten. De beheerders van het park hebben toen de afrastering verwijderd die de edelherten oorspronkelijk in het centrale deel van het park hield.Smit heeft sinds die tijd de dieren geobserveerd en komt tot de conclusie dat de reen en edelherten slecht met elkaar kunnen samenleven. ,,De edelherten zijn de voedselrijke loof- en naaldbossen ingetrokken waar de reen vertoeven. Directe sociale conflicten zijn nooit waargenomen, maar dat zegt niks. Omdat de edelherten de struiklaag opeten, raken vooral de reebokken gestresst door de vergrote doorzichtigheid van het bos. Zij zijn erg territoriaal ingesteld en leven het liefst in dekking. Als ze hun territorium continu moeten verdedigen tegen edelherten, raken ze overspannen.''Smit ontdekte in de bossen van Hoenderloo, in het noordelijke deel van de Hoge Veluwe, dat de reproductie van reen, en specifiek de overleving van kalveren in hun eerste levensjaar, is afgenomen sinds 1995. Hij denkt dat reegeiten door de aanwezigheid van edelherten meer moeite hebben met het grootbrengen van hun jongen. Ook lijken door de afgenomen dekkingsmogelijkheden meer reekalveren te zijn opgegeten door wilde zwijnen.Imiddels zijn veel reen de bossen ontvlucht en de minder voedselrijke heide opgetrokken. Hier vinden ze veel minder smakelijke planten zoals lijsterbes en bosbes. Wellicht dat de reen hun dieet aanpassen, maar dat is nog niet bekend. Smit wil dit gaan onderzoeken. Voor hem is het in ieder geval duidelijk dat het uitzetten van verschillende soorten grazers in een natuurgebied niet altijd verstandig is. | Hugo BouterSmit promoveerde op 3 mei bij hoogleraar Natuurbeheer en plantenecologie prof. Frank Berendse.
|