Herstel mosselbanken

  Nieuws
  Vaknieuws
  Wagenings commentaar
  Dossiers
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  2001
  2000
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Congressen en symposia
  Cursussen
  Promoties & Oraties

11 dec 2003
Onderdeel: Wageningen-UR
Nummer: 090

Minder wadvogels door dalende draagkracht waddengebied en schelpdiervisserij

Het aantal scholeksters in de Waddenzee is vanaf de jaren tachtig drastisch gedaald. Belangrijke oorzaak van de teruggang ligt in het verdwijnen van de mosselbanken rond 1990, versterkt door de afnemende hoeveelheden voedingsstoffen waardoor de biologische draagkracht van het waddengebied is verminderd. De visserij op kokkels is voor een kleiner deel verantwoordelijk voor de afname van de vogelstand. Dat blijkt uit het rapport EVA II van Wageningen UR, RIKZ en RIZA, dat 11 december aan de minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is aangeboden. Het rapport is een evaluatie van het schelpdiervisserijbeleid in Waddenzee en Oosterschelde zoals vastgelegd in de Structuurnota Zee- en Kustvisserij uit 1993.

In het rapport EVA II evalueert een consortium van onderzoekers van Alterra en de Animal Sciences Group van Wageningen Universiteit en Researchcentrum samen met collegas van het Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ) en het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA) het schelpdiervisserijbeleid in de Waddenzee en Oosterschelde. Het rapport kwam tot stand in opdracht van het ministerie van LNV en is tevens een van de bouwstenen voor nieuw beleid voor de schelpdiervisserij in de Nederlandse kustwateren.

Uit het onderzoek blijkt dat het aantal scholeksters in de Waddenzee is gedaald van 260.000 in de jaren tachtig tot 170.000 vogels nu en in de Oosterschelde van 64.000 eind jaren tachtig tot 35.000 nu. Het aantal eidereenden op de wadden (in de jaren tachtig nog 130.000) nam af tot honderdduizend vogels. De dalingen worden toegeschreven aan schaarser wordende schelpdieren.

Voedselreservering
Om te voorkomen dat het aantal vogels in Waddenzee en Oosterschelde dat schelpdieren eet zou dalen door de schelpdiervisserij, is sinds 1993 een voedselreserveringsbeleid van kracht. Voedselreservering betekent dat er naast de schelpdiervisserij nog voldoende schelpdieren overblijven voor deze vogels. Het beleid moet vooral in voedselarme jaren voorkomen dat de vogels met extra voedselschaarste te kampen krijgen. Uitgangspunt voor het voedselreserveringsbeleid vormen de aantallen schelpdieretende vogels die in de jaren tachtig in de Waddenzee en Oosterschelde verbleven, in combinatie met de voedselbehoefte per dier.

Het voedselreserveringsbeleid gaat vooral uit van de fysiologische voedselbehoefte. Dit is de hoeveelheid vlees die een vogel in de loop van de winter tot zich moet nemen om in goede conditie te blijven. Deze benadering veronderstelt dat elke vogel erin zou slagen de aanwezige schelpdieren voor de volle honderd procent te verschalken. Om tal van redenen kunnen de vogels slechts een deel van het bestand oogsten. Daarom dient de ecologische voedselbehoefte de basis voor het voedselreserveringsbeleid te zijn.

De ecologische voedselbehoefte van scholeksters wordt in de Waddenzee geschat op ongeveer 200 kilogram kokkelvlees per vogel in een situatie zonder mosselbanken. Voor de Oosterschelde is dat 150 kilogram. De ecologische voedselbehoeften kunnen enkele tientallen kilogrammen hoger of lager zijn door onzekerheden, maar liggen een factor 2,5 tot 3 hoger dan de fysiologische voedselbehoefte.

Het schelpdiervisserijbeleid van 1993 heeft een voedseltekort onder een groot aantal schelpdieretende vogels niet kunnen voorkomen. Als gevolg van kokkelvisserij was de draagkracht voor scholeksters in de Waddenzee de afgelopen jaren naar schatting 15.000 dieren lager. Zelfs al zou voldoende voedsel gereserveerd zijn, dan nog zouden de aantallen vogels zijn teruggelopen. Dit komt vooral door het verdwijnen van de mosselbanken begin jaren negentig wat mede een gevolg was van het terugdringen van de voedselrijkdom en visserijeffecten uit het verleden.
Inmiddels is er weer een toename van het areaal mosselbanken geconstateerd en zijn ook de aantallen scholeksters gestegen. In de Waddenzee is verder herstel van de populaties scholeksters alleen mogelijk via uitbreiding van droogvallende mosselbanken.
Als gevolg van kokkelvisserij was de draagkracht voor scholeksters in de Oosterschelde naar schatting 3.300 dieren lager.

De ecologische voedselbehoefte van de eidereenden wordt geschat uit het verband tussen sterfte en voedselaanbod. Zo blijken er meer eidereenden te sterven als het bestand meerjarige sublitorale (in gebieden die permanent onder water staan) mosselen in de Waddenzee in december onder de zestig miljoen kilo netto versgewicht daalt. Een aanzienlijk deel van de sublitorale mosselen ligt op de kweekpercelen van de mosselkwekers. De mosselkweek draagt daardoor bij aan de voedselvoorraad voor de eidereenden.In de jaren zeventig leidde het perceelbeheer tot een goede bezetting van de percelen met mosselen en daarmee mogelijk tot extra eidereenden. De afgelopen tien jaar heeft de geringe beschikbaarheid van zaadmosselen een geringer bestand van mosselen op percelen tot gevolg.

Mosselbanken
Uit het onderzoek blijkt ook dat mosselbanken de afnemende draagkracht van het waddengebied deels kunnen compenseren, doordat het vastgehouden slib er wordt omgezet tot bruikbare voedingsstoffen. Het herstel van mosselbanken vanaf 1995 is te herleiden tot het instellen van vergunningenbeleid en voor vangsten gesloten gebieden.

Het lijkt aannemelijk dat autonome ontwikkelingen in de Waddenzee en Oosterschelde zorgen voor een verdere verlaging van de draagkracht voor de voor vogels en visser beschikbare schelpdieren in deze kustecosystemen. Het gaat daarbij, naast een voortgaande afname van de voedselrijkdom, om klimaatverandering, toename van de Japanse oester en voor de Oosterschelde de invloed van de stormvloedkering. Het is daarom de vraag of de toestand van enkele jaren vr het totstandkomen van de Structuurnota Zee- en Kustvisserij in 1993 nog wel als referentie kan dienen voor vogelstand en visserij.

NOOT VOOR DE REDACTIE
Nadere informatie bij Jac Niessen (wetenschapsvoorlichter Wageningen UR), tel. 0317 485003 of 06 51814514, fax 0317 488484, e-mail Jac.Niessen@wur.nl.
U kunt ook mailen naar de Stafafdeling Communicatie: pers.communicatie@wur.nl


Print nieuwsbericht