Talloze projecten voor ecologisch herstel van Nederlandse laagveengebieden zijn jammerlijk mislukt. In plaats van proberen zeldzame orchideen en andere planten terug te krijgen, is het beter deze gebieden in te richten als noodoverloopgebied. Dat concluderen Wageningse en Groningse onderzoekers op basis van een inventarisatie van twaalf herstelprojecten.De vele verzuurde en verdroogde graslanden in Nederland stonden voor de tweede wereldoorlog nog als pareltjes van natuurschoon te boek. Maar op diverse plaatsen in onder andere Friesland en Gelderland lukt het niet de verzuring te verminderen en bijzondere plantensoorten terug te krijgen. Geef de graslanden dan een andere bestemming, is het idee van drs Rolf Kemmers van Alterra, en dr Ab Grootjans en prof. Jan Bakker van Rijksuniversiteit Groningen.
,,Aan ecologisch herstel van sterk gedegradeerde, ontwaterde graslanden valt niet zoveel eer te behalen, zegt Kemmers. ,,Voor deze gronden kun je beter geen ambitieuze natuurdoelen stellen. Je kunt ze beter reserveren voor het waterbeheer als noodoverloopgebied, voor het parkeren van hoogwatergolven. In het hierdoor gecreerde wetland kunnen op den duur nieuwe interessante planten en dieren de kop opsteken, denken de onderzoekers.
In onder meer de polder Wyldlannen in Friesland, het natuurgebied Stroothuizen in Twente en natuurgebied Groot Zandbrink in de Gelderse Vallei zijn gedurende meerdere jaren diverse maatregelen uitgevoerd om de verzuring en eutrofiring tegen te gaan. De ingrepen bestonden uit wegplaggen van de bovenste verzuurde bodemlaag, maaien of door schapen laten begrazen om het overschot aan nutrinten af te voeren, en het introduceren van zeldzame plantensoorten. Maar het effect op de soortenrijkdom bleef in veel gevallen uit, blijkt uit de studie van de Wageningse en Groningse onderzoekers. Kemmers: ,,Het beoogde ecologische herstel is niet opgetreden omdat de hydrologie in die gebieden grondig verstoord was. Nabijgelegen landbouwgronden zijn ontwaterd, met als gevolg dat het grondwater blijft wegzijgen waardoor basische stoffen zoals calcium, die een bufferende werken tegen verzuring, verdwijnen. Het zure, plantonvriendelijke milieu blijft dus bestaan.
Volgens Kemmers en zijn collegas is herstel van de plantenrijkdom alleen mogelijk in gebieden waar geen sterke ontwatering is opgetreden of waar kalkrijke kwel optreedt. De kwel zorgt voor een minder zure bodem waarop planten kunnen gedijen. Kwel komt voornamelijk voor in de beekdalen van Pleistocene oorsprong, in Twente, de Achterhoek en Brabant. Hier zijn op een aantal plaatsen natte graslanden met succes ecologisch hersteld. Kwel is afwezig in de meeste beekdalen van Holocene oorsprong in het noorden en westen van het land.
Kemmers vindt dat het beleid van het ministerie van LNV voor ecologisch herstel, onder meer bij de Ecologische hoogstructuur, meer rekening moeten houden met lokale milieucondities. ,,Het maken van plannen voor ecologisch herstel is vaak bureauwerk en men gebruikt globale informatie over de bodems. Je moet de plannen echter afstemmen op de mogelijkheden die terreinen bieden. Anders verricht je grote inspanningen voor doelen die niet realiseerbaar zijn. | Hugo Bouter