De leerstoelgroep Technologie en agrarische ontwikkeling heeft van de organisatie voor wetenschappelijk onderzoek NWO subsidie gekregen voor onderzoek naar de rol van technologie in de Nederlandse koloniale geschiedenis.Eind negentiende eeuw kwam er verandering in de koloniale politiek van veel Europese mogendheden. Naast de exploitatie van koloniale rijkdommen kwamen nobeler doelen op de politieke agendas te staan: beschaven van de gekoloniseerde bevolking en investeren in de inheemse economie. Hierin ligt de basis van de ontwikkelingshulp. Van meet af aan zijn de verwachtingen van westerse wetenschap en technologie daarbij hooggespannen geweest. Technologie zou de koloniale economie tot bloei brengen. Ook Nederland investeerde fors in koloniale technologieontwikkeling voor Nederlands Indi, maar een geschiedenis van die ontwikkeling is nog nauwelijks beschreven.
Het nieuwe onderzoeksprogramma is een samenwerking tussen Wageningen Universiteit, de Technische Universiteit Eindhoven en het Koninklijk Instituut voor Talen en Antropologie in Leiden. Voor het hele programma, dat vier jaar loopt, gaf de NWO een half miljoen euro. Een kwart daarvan gaat naar dr Harro Maat van de Wageningse leerstoelgroep Technologie en agrarisch ontwikkeling. Hij zal daarvan naast zichzelf nog een tweede onderzoeker kunnen betalen. De Wageningers gaan in het bijzonder kijken hoe in die tijd onderzoek gedaan werd en kennis werd overgedragen. Maat gaat zoeken naar de nieuwe ontwikkelingen van die tijd. Wanneer werd bijvoorbeeld het begrip ontwikkeling voor het eerst gebruikt? Volgens Maat zijn voor de huidige praktijk lessen te trekken uit de manier waarop in het verleden met technologie en ontwikkelingshulp werd omgegaan. | Joris Tielens