Nicaraguaanse bossen worden eenzame eilandjesDe ecologische corridor tussen Zuid- en Noord-Amerika gaat hard achteruit. Vele bijzondere ecosystemen raken gesoleerd en dreigen te verdwijnen. Dat blijkt uit een grootscheepse veldinventarisatie in Centraal-Amerika in opdracht van de Wereldbank. Een van de hoofdonderzoekers is de onlangs gepromoveerde dr Daan Vreugdenhil.
Er zijn nog wel juweeltjes van natuurlijke rijkdom te vinden in Centraal-Amerika, zoals de kratermeren, vulkaanbossen en bamboebossen in Nicaragua en de moerasbossen in Guatemala, maar de verbinding met andere natuurlijke ecosystemen is er op vele plaatsen niet meer of dreigt verloren te gaan. Bossen worden in hoog tempo gekapt en de landbouw rukt op. Zo wordt de natuurlijke verbindingszone tussen Noord- en Zuid-Amerika, de zogeheten meso-Amerikaanse biologische corridor, steeds meer gefragmenteerd en gaat de biodiversiteit achteruit.
Vreugdenhil, zelf directeur van het World Institute for Conservation and Environment (WICE) in Washington, hoort bij een team van meer dan 40 wetenschappers die een gedetailleerde kartering hebben uitgevoerd van de natuurlijke ecosystemen in Centraal-Amerika. Naast Nicaragua en Guatemala gaat het om de landen Belize, El Salvador, Honduras, Costa Rica en Panama. Tot nu toe was er geen goed beeld van de kenmerken en verspreiding van ecosystemen in Centraal-Amerika. De nieuwe kaart dient als basis voor verdere biologische monitoringsprogrammas en planning en beheer van natuurparken.
Vreugdenhil werkt mee aan het wereldwijd opzetten van Nationale Parken, van Laos tot Hongarije, van Chili tot de Filippijnen: hij adviseert de landen op hun verzoek bij het aanwijzen en inventariseren van de mogelijke locaties. | H.BDaan Vreugdenhil promoveerde op 3 juni bij prof. Herbert Prins, hoogleraar natuurbeheer in de tropen en ecologie van vertebraten, en bij prof. Antoine Cleef, hoogleraar tropische vegetatie-ecologie en -kartering.