Bosbouwers en biologen dachten altijd dat vorm van een boom vooral belangrijk is voor lichtinterceptie, en dat soorten daarom hun kroon hadden aangepast om optimaal licht in te vangen. Uit onderzoek van de leerstoelgroep Bosecologie en bosbeheer blijkt echter dat het vooral een manier is om snel naar het kronendak te groeien, waar ze een overvloed aan licht kunnen krijgen.,,Als ze eenmaal in het kronendak staan, worden veel grotere boomsoorten pas productief. Bovendien is het een investering in de toekomst. Afzien nu, maar met het voordeel dat je in de toekomst van het volle licht in het kronendak kunt profiteren'', zegt dr. Lourens Poorter. Hij heeft samen met hoogleraar tropische bosecologie prof. Frans Bongers en ir. Frank Sterck op gedetailleerde wijze de architectuur van tropische bomen onderzocht. Het gaat hier om de vorm van bomen, de hoogte van de boom en de reikwijdte van het gebladerte.
De onderzoekers namen 53 boomsoorten onder de loep, die in het Grebo Nationaal bosreservaat staan, in het zuidoosten van Liberia. Ze concludeerden dat jonge bomen niet zozeer hun energie stoppen in groei in de breedte, maar eerder in de hoogte. Met een relatief dunne stam en smalle kroon wurmen de bomen zich zo snel mogelijk naar boven.
Het onderzoek, dat is gepubliceerd in het vakblad Ecology, werpt ook nieuw licht op de grote soortenrijkdom van tropische bossen. Tot nu toe wijst men vooral op de verschillen in lichtbehoefte van bomen en in lichtdoorval in bossen. Zo kunnen vele soorten, die elk gespecialiseerd zijn in een bepaalde mate van lichtaanbod, samenleven. Dit verklaart dus veel van de soortenrijkdom. De onderzoekers geloven nu echter ook dat de soortenrijkdom te maken heeft met de verschillende strategien en mogelijkheden van bomen om de bovenste etage van het woud te bereiken. Dit is ondermee afhankelijk van de structuur van het bos. Een heel dicht woud met grote bomen legt bijvoorbeeld andere beperkingen op dan een bos met ver van elkaar afstaande bomen van klein formaat. | Hugo Bouter