Veredelde gerst maakt opmerkelijke comeback in Andes

  Nieuws
  Vaknieuws
  Wagenings commentaar
  Dossiers
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  2001
  2000
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Congressen en symposia
  Cursussen
  Promoties & Oraties

25 nov 2005
Onderdeel: Wageningen-UR
Nummer: 0332_2

13 november 2003]

In het Ecuadoraanse Andesgebergte is gerst aan een opmerkelijke comeback bezig, mede dankzij het vanuit Wageningen geleide onderzoeksproject Preduza.

In het Ecuadoraanse dorpje Cochapamba in de hooglanden van het Andesgebergte is gerst, naast aardappelen en mas, traditioneel een van de meest verbouwde gewassen. Het is het belangrijkste bestanddeel van de lokaal geliefde voedzame drank mchica. Een aantal jaren geleden begon de opbrengst aan gerst echter drastisch terug te lopen. De planten ontwikkelden zich slecht en de schimmelziekte roest had vat op het gewas gekregen. De opbrengst aan zaden daalde tot een hoeveelheid die niet groter was dan de hoeveelheid die was uitgezaaid. Op een gegeven moment was er zelfs nog maar n boer die gerst verbouwde. Voor Preduza (Projecto Duradera de la Zona Andina) was dat aanleiding om in het dorp een veredelingsprogramma voor gerst op te zetten. Dit leidde tot de introductie van een nieuwe gerstvariteit, Caicapa genaamd, die bij de lokale bevolking goed in de smaak viel. De gerst combineert resistentie voor roest met een hoge opbrengst en heeft de gewenste lichte kleur. Inmiddels eet de lokale bevolking weer zon 200 gram gerst per dag.

Preduza richt zich in samenspraak met boerengroepen op het verkrijgen van duurzame ziekteresistenties in lokale gewassen. Projectleider dr Pim Lindhout van het laboratorium voor Plantenveredeling: ,,De veredeling die wij in het project voorstaan richt zich niet op snelle resultaten door het introduceren van moderne gewassen. Het gaat juist om veredeling voor de lange adem, door rassen te selecteren die misschien wel een beetje vatbaar zijn voor ziekten, maar de infectie toch goed kunnen doorstaan. Zulke rassen bieden lokale boeren veel meer oogstzekerheid, omdat partile resistenties meestal op meerdere genen zijn gebaseerd waardoor er minder kans is op resistentiedoorbraak.

Een belangrijk aspect van Preduza is de participatie van de lokale bevolking in het project: ,,Veredeling moet je zien als een ambacht. Je moet iets ontwerpen en dat kan eigenlijk alleen als je weet wat je afnemers precies willen. In Nederland doen veredelingsbedrijven dat natuurlijk ook, anders prijzen ze zich uit de markt. In het Andesgebergte, waar de lokale omstandigheden soms sterk kunnen verschillen en op zeer traditionele wijze landbouw wordt bedreven, is de kloof tussen boeren en onderzoekers normaal gesproken heel groot. Een aantal boeren klaagde bijvoorbeeld bij ons: We willen gele mas, maar krijgen witte. Het is belangrijk ook zulke wensen, die passen in de streekeigen keuken en gebruiken, te kennen, aldus Lindhout.Dankzij het project hebben de Andesboeren ook uitzicht op masrassen waarvan de kolven minder gevoelig zijn voor rot, op minder roestgevoelige bonen, tarwe die gele roest redelijk doorstaat, incarijst (quinoa) met valsemeeldauwresistentie en aardappels die de aantasting door de aardappelziekte (Phytophthora) te boven kunnen komen. ,,Het grootste probleem is dat er nu zoveel vraag is naar de gewassen, dat we problemen hebben voldoende zaaizaad te produceren, zegt Lindhout.Een internationale evaluatiecommissie is enthousiast over het project, dat nu zeven jaar loopt. Zij heeft aanbevolen de financiering van het onderzoek voort te zetten. Het Nederlandse directoraat-generaal Internationale Samenwerking (DGIS) van het ministerie van Buitenlandse Zaken is een van de belangrijkste donoren. Lindhout: ,,Door de bezuinigingen bij DGIS zullen we nu misschien op zoek moeten naar andere geldschieters. We hebben in ieder geval laten zien dat zon lokale aanpak succesvol kan zijn en daadwerkelijk van betekenis kan zijn voor de plaatselijke bevolking. | Gert van Maanen


Print nieuwsbericht