Vorige week vond in Wageningen een congres plaats over taxuskevers en aanverwante snuitkevers. Zweedse onderzoekers presenteerden op het congres opvallende uitkomsten van genetisch onderzoek aan een verwant van de taxuskever. Hoewel de beestjes zich ongeslachtelijk voortplanten blijken verschillende populaties genetisch meer te verschillen dan gedacht.Het congres over de snuitkever Otiorhynchus werd georganiseerd door Plant Research International en de sector bomen van Praktijkonderzoek Plant & Omgeving. Vijftig deelnemers uit de hele wereld spraken over de oorsprong, verspreiding en voortplanting van snuitkevers, hun levenscyclus, genetica en de rol van geurstoffen die mogelijk bij de bestrijding van de beesten kunnen worden gebruikt.
Een van de bekendste snuitkevers is de taxuskever. Hij dankt zijn naam aan zijn vraatzuchtige liefde voor de naalden van de taxus. De taxuskevers kennen geen mannetjes en plantten zich ongeslachtelijk voort. PRI-onderzoeker dr Rob van Tol: ,,Eigenlijk kloneren ze zichzelf dus. Hoewel de taxuskever en zijn verwanten allemaal hun oorsprong vinden in verschillende gesoleerde Alpendalen ontdekten de Zweden dat de aseksuele populaties die zij door heel Europa heen verzamelden genetisch niet identiek waren. ,,Het is vooralsnog onduidelijk hoe dat komt. Bij mijn eigen promotieonderzoek bleek bijvoorbeeld al dat er mogelijk selecties binnen populaties plaatsvinden. De groep taxuskevers die ik bestudeerde begon na een aantal jaar een bepaalde plant steeds lekkerder te vinden, terwijl ze zich ongeslachtelijk voortplanten. Maar bewijs voor selectiemechanismen is er nog niet, aldus Van Tol, die het congres organiseerde.
Veel deelnemers waren verrast door het Zweedse onderzoek. Het resulteerde in een onderlinge afspraak om levende exemplaren van eigen populaties naar Zweden te gaan sturen om de genetische variaties te laten bekijken. | Yvonne de Hilster