Toename allergie vraagt meer onderzoek naar preventie
Onder de honderd miljoen inwoners van de nieuwe lidstaten van de Europese Unie zal het aantal allergiepatinten zeer snel stijgen. Dat komt omdat deze bevolking snel de leefstijl, voedingspatronen en stress van de moderne Westerse wereld zal overnemen. Die verwachting werd uitgesproken tijdens de internationale conferentie over allergiepreventie die afgelopen vrijdag werd afgesloten. De conferentie was georganiseerd door Wageningen Universiteit en Researchcentrum.
Van de totale bevolking in West-Europa is een kwart gevoelig voor allergie. Onder de jongvolwassenen is dat reeds veertig procent. De helft van die jongeren heeft daadwerkelijk allergische klachten en staat onder medische behandeling. De andere helft heeft die klachten niet, maar loopt wel het risico allergische klachten te krijgen. Voor Nederland betekent dit dat er tienduizenden jeugdigen rondlopen die grote kans hebben allergische klachten te ontwikkelen.
De conferentiegangers in Wageningen pleiten daarom voor meer onderzoek. Daarin moet duidelijk worden hoe aan de hand van leefstijl en voeding mensen gericht te adviseren zodat zij geen of zo min mogelijk allergische klachten krijgen.
Uiteenlopend onderzoek
Nieuw wetenschappelijk onderzoek zal zich, volgens een aantal sprekers op de conferentie, allereerst moeten richten op bruikbare biomarkers. Dit zijn factoren waarmee het risico kan worden voorspeld dat iemand allergische klachten krijgt. Op basis daarvan kunnen potentile patinten zeer gericht advies krijgen over hun voedings- en leefpatroon. Die adviezen kunnen overigens door klimatologische en andere omstandigheden per land heel verschillend luiden. Zo kan een gezin met opgroeiende kinderen in Nederland het advies krijgen om een kat in huis te nemen, terwijl eenzelfde gezin in bijvoorbeeld Noorwegen, waar waarschijnlijk niet zoveel katten voorkomen, dringend kan worden afraden een kat te nemen en ook katten te mijden.
Daarnaast moet het onderzoek naar allergeenvrije gewassen, zoals grassen en appels, worden uitgebreid. Deels zal het onontkoombaar zijn daarvoor methoden van genetische modificatie toe te passen. Uiteindelijk is het streven een zo allergeenvrije omgeving te creren.
Allergenen in voeding
Ook in de voedingsmiddelenindustrie is met onderzoek nog veel te bereiken. Voedingsmiddelen blijken nu gemiddeld per product wel tien tot twaalf allergenen te bevatten. Behalve eventuele genetische modificatie blijkt dat met nieuwe procestechnologie voedingsmiddelen zo goed mogelijk allergeenvrij gemaakt kunnen worden. In november 2005 wordt een nieuwe EU-richtlijn van kracht voor verplichte labelling van producten waarop ook het vrkomen van allergenen vermeld moet worden.
Tijdens de conferentie is een website gentroduceerd voor het automatisch voorspellen van mogelijke allergeniteit (het vermogen om allergie te veroorzaken) van eiwitten in genetisch gemodificeerde producten. Deze website,www.allermatch.org, opgezet door RIKILT-Instituut voor Voedselveiligheid en Plant Research International (beide onderdelen van Wageningen UR), is vooral bedoeld voor het werkveld van de voedingsmiddelenindustrie, wetenschap en overheden.
Voorlichting en communicatie
Op de conferentie was een andere conclusie dat er veel aandacht uit moet gaan naar de voorlichting van het grote publiek. Het blijkt dat de perceptie van allergie, vooral bij hoger opgeleiden, nogal kan afwijken van daadwerkelijke allergie. Op de conferentie werd geconstateerd dat de media bij deze perceptie een gevoelige rol spelen. Verder is gesteld dat pubers op een andere wijze benaderd moeten worden dan volwassenen. Dat maakt voorlichting en communicatie tot een complexe opgave.
De conferentie en het werk van het Allergieconsortium is voor Wageningen UR reden een website voor het grote publiek in te richten met informatie over het onderzoek naar en het ontstaan en de preventie van allergie. Deze website,www.allergie.wur.nl, is vanaf 16 februari te bezoeken en wordt in de komende tijd voortdurend aangevuld met interessante en nuttige informatie.
De ruim honderd deskundigen van universiteiten, overheden, bedrijven en patinten- en consumentenorganisaties uit heel Europa, maar ook de Verenigde Staten en Australi, waren van 4 tot en met 6 februari aanwezig op de bijeenkomst, belegd door het Allergieconsortium Wageningen van Wageningen UR. In dit consortium hebben alle disciplines die zich binnen Wageningen UR met de preventie van allergie bezig houden, hun activiteiten voor de komende jaren gebundeld.
Volgens de deelnemers aan de conferentie is allergie, ondanks de doorgaans milde symptomen, een complex probleem met niet alleen ingrijpende gevolgen voor de allergiepatint. Ook de samenleving zelf wordt geconfronteerd met hoge kosten; voor heel Europa worden die geschat op 40 miljard euro jaarlijks, terwijl die omgerekend voor Nederland neerkomen op twee miljard per jaar.
NOOT VOOR DE REDACTIE
Nadere informatie bij Bouke de Vos, pers- en wetenschapsvoorlichting Wageningen UR, tel. 0317 480180, e-mail: bouke.devos@wur.nl, of bij prof.dr. Huub Savelkoul, woordvoerder van het Allergieconsortium Wageningen, tel. 0317 483925, e-mail: huub.savelkoul@wur.nl.
Voor meer informatie kunt u ook terecht op de website van het Allergieconsortium Wageningen en de conferentie: http://www.allergymatters.org.
U kunt ook mailen naar de Stafafdeling Communicatie van Wageningen UR: pers.communicatie@wur.nl