Science-publicatie over belang biodiversiteit in de bodem

  Nieuws
  Vaknieuws
  Wagenings commentaar
  Dossiers
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  2001
  2000
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Congressen en symposia
  Cursussen
  Promoties & Oraties

4 nov 2004
Onderdeel: Wageningen-UR
Nummer: 102

Soortenrijkdom niet zaligmakend

Een ecosysteem met veel soorten organismen functioneert niet per definitie beter dan een systeem metweinig soorten. Dat zetten biologen van de Vrije Universiteit Amsterdam en Alterra(onderdeel van de Wageningen Universiteit en Researchcentrum) vrijdag 5 november uiteen in hetwetenschappelijke tijdschrift Science. Cruciaal blijkt wlke soorten aanwezig zijn in het ecosysteem.De resultaten kunnen helpen bij het voorspellen wat er met een ecosysteem gebeurt als er soorten verdwijnen,bijvoorbeeld door bodemverontreiniging, of bij komen. Ook kunnen ze helpen te bepalen welke soortenbelangrijk zijn bij het herstellen van verarmde ecosystemen.

De discussie over de vraag of soortenrijkdom per definitie goed is voor een ecosysteem, werd tot nu toegedomineerd door onderzoekers van plantengemeenschappen. Zij laten zien dat meer soorten in eenecosysteem een positieve invloed heeft op de productie van dat systeem. Bodembiologen hebben nu gevondendat het onder de grond genuanceerder ligt. Ze bootsten de bodem van een uiterwaard na en onderzochtenhoe snel verschillende soortenaantallen en -combinaties wormen, pissebedden en miljoenpoten dood bladmateriaalafbraken in die uiterwaardbodem.

Als de stelling van de plantenonderzoekers ook voor de bodem op zou gaan, zou in de proefopstellingmet veel soorten bodemdieren het meeste bladmateriaal worden verteerd. Maar dat was het niet het geval.Combinaties met een klein aantal diersoorten lieten meer afbraak van bladstrooisel zien dan bodemmonsters metveel soorten. Betekent dit nu dat het verlies van soorten niet negatief is voor het functioneren van dit ecosysteem?Het ligt ingewikkelder. In bodemmonsters met maar n soort stelden de onderzoekers vast dat de individuele bijdragevan een soort aan bodemprocessen sterk kan verschillen. Vervolgens bleek dat in bodemmonsters met meer soorten detotale afbraak van strooisel net simpelweg een optelsom was van de effecten van individuele soorten.Sommige combinaties van soorten waren productiever, andere juist minder productief dan je op basis van hunindividuele prestaties zou verwachten.

De onderzoekers konden aan de hand van zogeheten functionele eigenschappen van de gebruikte soortenvoorspellen welke combinaties van soorten elkaar positief benvloeden en welke niet. Voorbeelden vanfunctionele eigenschappen zijn hoeveel bladmassa een dier per dag verteert en in welke mate hij ditbladmateriaal verkleint. Als de ene soort het bladmateriaal precies op maat maakt voor een andere soort,verhoogt dat de productiviteit. Een groot verschil in functionele eigenschappen tussen soorten betekent dat zeelkaar niet in de weg zitten, zo blijkt, maar juist elkaar versterken. Andere soorten competeren juistmet elkaar omdat ze functioneel veel op elkaar lijken: ze eten dezelfde bladfragmenten en komen in dezelfdebodemlaag voor.

Op basis van functionele eigenschappen van soorten zou je dus het effect van een bepaalde soortcombinatie kunnenvoorspellen. Veel verschil verhoogt de productiviteit, weinig verschil verlaagt de productiviteit. Het probleem isechter dat die functionele eigenschappen nogal lastig zijn vast te stellen. De onderzoekers zagen echter ook datverschillen in functionele eigenschappen evenredig zijn aan hun verschillen in ecologische eigenschappen, zoalslichaamsgrootte en de bodemdiepte waarop de soort voorkomt. Deze ecologische eigenschappen zijn van de meestebodemdieren beschreven. Als deze evenredigheid tussen functionele en ecologische eigenschappen een algemene regelblijkt te zijn, kunnen we op grote schaal het effect van veranderingen in soortcombinaties op het functioneren vanhet ecosysteem voorspellen. Toekomstig onderzoek kan dit uitwijzen.

NOOT VOOR DE REDACTIE
Het artikel Biodiversity Effects on Soil Processes Explained by Interspecific Functional Dissimilarity verschijntvrijdag 5 november in Science. Promovenda drs. Diana Heemsbergen (VU) is eerste auteur, maar zij is nu in het buitenland.Tweede auteur dr. Matty Berg (afdeling Dieroecologie, VU) is bereikbaar. Hij kwam eerder dit jaar in het nieuws met zijnontdekking van een nieuwe diergroep in de Nederlandse bodem. Tel. 020 4447077, e-mail matty.berg@ecology.falw.vu.nl.Ook kunt u contact opnemen met auteur dr. Jack Faber (Alterra - Wageningen UR), tel. 0317 477870, e-mail jack.faber@wur.nl.Het artikel uit Science is opvraagbaar bij Jac Niessen, wetenschapsvoorlichter Wageningen UR, tel. 0317 485003,e-mail jac.niessen@wur.nl


Print nieuwsbericht