Guatemalaanse boeren verbouwen veel verschillende variteiten mas. Door de soorten onderling te vergelijken, uit te wisselen en de beste verder te veredelen, kunnen ze hun oogst flink verhogen.Promovendus ir Jacob van Etten voerde als onderdeel van zijn studie aan Wageningen Universiteit een project uit waarin boeren zelf mas gingen veredelen. Er werden proefvelden ingezaaid met variteiten uit het gebied zelf en met in proefstations verbeterde variteiten. In workshops konden de boeren stemmen over de beste variteit.
Er bleken grote verschillen tussen de variteiten, wat voor de boeren het belang van goed zaad voor een goede oogst duidelijk maakte. De oogst van sommige zaden was twee keer zo groot als die van andere. Dit overtuigde veel deelnemende boeren en boerinnen om op systematische wijze zaden van verschillende boeren binnen hun dorp te gaan vergelijken.
De boeren kozen vaak in eerste instantie voor de in proefstations verbeterde variteiten omdat die planten lager blijven en minder gevoelig zijn voor wind, en bovendien sneller bloeien waardoor op hetzelfde stuk land na de oogst nog iets anders verbouwd kan worden. Maar de oogsten van de verbeterde variteiten bleken slechter wanneer ze eenmaal op boerenvelden werden ingezaaid. Op het proefstation deden ze het wel beter, maar dat bleek van weinig waarde in de praktijk.
De boeren leerden in het project een eenvoudige veredelingstechniek, waardoor ze met lokaal uitgangsmateriaal toch de eigenschappen van de verbeterde variteit kunnen selecteren.
De vice-minister van voedselzekerheid in Guatemala heeft interesse getoond in het project. Samen met een lokale universiteit, maatschappelijke organisaties en de FAO wil het ministerie een soortgelijk project voor lokale veredeling opzetten in een grote regio van drie departementen, ongeveer vijfduizend vierkante kilometer groot. Het project van Van Etten werd gefinancierd door Wageningen UR en de NCDO. | Joris Tielens