Er zijn goede mogelijkheden voor de ontwikkeling van Zantedeschia-rassen met resistentie tegen Erwinia, de veroorzaker van zachrot. Dat stelt Ronald Snijder in zijn proefschrift waarop hij 13 februari aan Wageningen Universiteit hoopt te promoveren. Snijder vond in zijn onderzoek, dat hij bij het Wageningse instituut Plant Research International uitvoerde, planten met verhoogde weerstand tegen Erwinia. Daarnaast stelde hij vast dat deze eigenschap aan het nageslacht wordt overgedragen in deze economisch belangrijke snijbloem en potplant.
In de teelt van Zantedeschia is Erwinia carotovora een belangrijke ziekteverwekker. Teeltmaatregelen kunnen de ziekte redelijk in toom houden, maar het risico op problemen kan verlaagd worden door resistente rassen in te zetten. In het huidige rassensortiment zijn echter geen resistente rassen beschikbaar.
Snijder ging daarom op zoek naar Zantedeschias met resistentie tegen Erwinia. Om deze eigenschap aan te kunnen tonen moest hij eerst een toets ontwikkelen. Snijder onderzocht de mogelijkheden van toetsen waarin hij hele knollen, schijfjes van knollen, bladstelen en bladponsjes gebruikte. Hij kwam tot de conclusie dat het toetsen met bladponsjes het meest geschikt is. Via deze toets is de mate van resistentie goed te meten en er is weinig plantmateriaal voor nodig. Dit maakt het mogelijk om ook zaailingen en zeldzame planten te toetsen omdat voor de toets geen planten moeten worden opgeofferd.
Snijder onderzocht een groot aantal Zantedeschia-soorten en commercile rassen. Binnen het bestaande sortiment vond hij geen bruikbare resistentie tegen zachtrot, maar wel bij wilde soorten. Geen enkele soort bleek volledig resistent. De gedeeltelijke (partile) resistentie was bij sommige soorten wel zo hoog dat het de moeite waard was om de bruikbaarheid in veredelingsprogrammas verder te onderzoeken.
Snijder maakte daarvoor een groot aantal kruisingen tussen verschillende Zantedeschia-soorten. Daaruit bleek dat de resistentie erfelijk is.
Hij ontdekte daarnaast een bijzonder fenomeen: als de soort Zantedeschia elliotiana als moeder werd gebruikt, bleken veel nakomelingen in groei achter te blijven. Nader onderzoek leerde dat dit veroorzaakt wordt door een verstoorde interactie tussen het kern-DNA en de bladgroenkorrels.
Snijder ontdekte dat bij zijn soortkruisingen de gebruikte vaders regelmatig bladgroenkorrels aan hun nageslacht doorgeven. Dit is zeer uitzonderlijk, daar de theorie zegt dat de moeder naast kern-DNA ook de eigenschappen doorgeeft die in het cytoplasma liggen, en dat de vader alleen kern-DNA levert.
Lijst nieuwsberichten 2004