Op 21 september is onder ideale weersomstandigheden de snijmaïs van het high-techbedrijf geoogst. De opbrengst bedroeg 18,2 ton drogestof per hectare. Het drogestofgehalte bij de oogst varieerde tussen 33% op gescheurd grasland en 37% op permanent bouwland.
Het oogststadium voldeed daarmee aan het vernieuwde oogstadvies van de Animal Sciences Group en het Praktijonderzoek Plant en Omgeving van Wageningen UR. Dit oogstadvies geeft aan dat bij oogst vóór 10 oktober moet worden gestreefd naar een drogestofgehalte van ca. 36% om een maximaal benutbare voederwaardeopbrengst te behalen. Wanneer er sprake is van een verhoogd broeirisico, dan moet naar een drogestofgehalte van tenminste 32% drogestof worden gestreefd om perssapverlies te voorkomen.
Oogsten bij een wat hoger drogestofgehalte vraagt nóg meer aandacht voor zorgvuldig inkuilen. Fijn hakselen en goed vastrijden zijn daarbij eerste vereisten. De theoretische haksellengte was 6 mm en de korrelkneuzer was op 1 mm afgesteld, zodat alle korrels flink geplet waren. Er is ook extra aandacht geschonken aan het vastrijden van de kuil. Zo is er een extra shovel ingezet om de snijmaïs in dunne lagen over de kuil te verdelen en het vastrijden van de kuil in de pas te laten lopen met de (grote) capaciteit van de hakselaar.