|
9 okt 2006
Onderdeel:
Wageningen UR
Ga zo vroeg mogelijk in het ontwikkelingsproces, bewust en pro-actief de interactie aan met de Europese Commissie. En ontwikkel vertrouwensvolle relaties met de andere lidstaten en met de Europese Commissie. Dit is de aanbeveling van de WOT Natuur & Milieu aan de Nederlandse overheid om toekomstige botsingen met de EC te voorkomen.
Lidstaten hebben tot op zekere hoogte de ruimte om natuur- en milieurichtlijnen lidstaatspecifiek te implementeren. Er is dus sprake van zogenaamde beleidsruimte. In deze studie is gekeken naar de wijze waarop de inhoudelijke, procedurele en procesmatige beleidsruimte is benut bij de implementatie van de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR), de Nitraatrichtlijn, de Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit (KRL) en de Kaderrichtlijn Water (KRW). Het doel van het benutten beleidsruimtes in het contact met de Europese Commissie is het Europese beleid bij of uit te stellen en/of te wijzigen, meer begrip te krijgen voor de Nederlandse verzoeken tot uitstel of wijzigingen, of om tot een akkoord te komen om verdere problemen te voorkomen.Om toekomstige botsingen met de Europese Commissie te kunnen voorkomen, zijn een aantal aanwijzingen voor de Nederlandse overheid op een rij gezet. Een veelbelovende aanpak is die waarbij zo vroeg mogelijk, bewust en pro-actief interactie wordt aangegaan met de Europese Commissie en vertrouwensvolle relaties met andere lidstaten en de Europese Commissie worden ontwikkeld.
Meer informatie WOt-rapport 25 - Richtingen voor richtlijnen. Interacties tussen Nederland en de Europese Commissie in de implementatie van Europese milieurichtlijnen
|