Op de demoavond Energiegewassen bij Nij Bosma Zathe in Goutum werd veel informatie over energiegewassen uitgewisseld. Zowel over de gewassen zelf als over het onderzoek van energiegewassen bij vergisting in de mestvergister. De leveranciers van de verschillende gewassen vertelden over hun rassen en gewassen, door Nij Bosma Zathe werd informatie gegeven over de mogelijkheden bij vergisting. De avond werd gehouden op dinsdag 26 september 2006 in het kader van het project North Sea BioEnergy.
Op het demoveld energiegewassen bij Nij Bosma Zathe stonden 4 verschillende gewassen. Zonnebloemen, Sudangras, Sorghum en energiemaisras. Van de zonnebloemen waren 2 rassen aanwezig, een algemeen zonnebloemras en een speciaal energiezonnebloemras KWS 22805. Opvallend was het vershil in lengte, de energiemais was korter en liet zich veel gemakkelijker hakselen bij het oogsten. De energiezonnebloem heeft een hoger oliegehalte in de pitten wat gunstig is voor de hoeveelheid energie bij vergisting. Het sudangrasras Piper heeft zich in de laatste maand geweldig ontwikkeld. De pluim zit er inmiddels in, maar de zaadvorming is nog niet afgerond. Het is nog te vroeg voor de oogst. Sudangras en sorghum hebben een hoge drogestofopbrengst met name op droogtegevoelige gronden.
De beide Sorghumrassen waren duidelijk van elkaar te onderscheiden. De ene (Sucro) is een erg hoog en massaal gewas, waar de pluimvorming net begint, de andere (King 61) is duidelijk lager, maar zit al volop in de pluim en de zaadvorming is al volop bezig. Beide leveren in korte tijd veel massa op, maar zijn nog niet rijp om te oogsten. De 9 energiemaisrassen waren afkomstig van 4 leveranciers. Een aantal rassen heeft nog een, noem het maar ´snijmais´achtergrond. Anderen zijn al special ontwikkeld voor energiemais. Tot een 4 weken terug was er duidelijk verschil in lengte te zien, door de goede weersomstandigheden voor mais de afgelopen weken, was dit lengteverschil nagenoeg verdwenen. Wel was er een groot verschil in rijpheid en kolfdikte. Uiteenlopend van ´rijp´ tot ´net geel worden van de korrel´. Op deze noordelijke locatie, nabij Leeuwarden, is het ook bij energiemais zaak om te kiezen voor vroege rassen, die rijp genoeg worden voor de oogst voor biogasproductie. Als optimale oogsttijdstip werd algemeen aangegeven dat de mais een drogestofpercentage van 28 – 30 % bereikt moet hebben. De energiegewassen zijn vorig seizoen ook al op Nij Bosma Zathe geteeld, en afgelopen zomer in de mestvergister onderzocht op bruikbaarheid, gasopbrengst en met het digestaat zijn proeven gedaan op het gebied van emissies van methaan, CO2, stikstofoxiden in vergeleiking met onvergiste mest. De resultaten van deze proeven zullen in de loop van de winter beschikbaar komen voor publicatie.