|
12 sep 2006
Onderdeel:
Wageningen UR
Voetpaden over boerenland. Met dit type kleinschalige infrastructuur wil de overheid de toegankelijkheid en daardoor het recreatieve gebruik van het agrarisch gebied vergroten. Maar een wandelpad over boerenland maakt van een agrarisch gebied veelal nog geen trekpleister. Het op deze wijze vergroten van de toegankelijkheid heeft vooral zin in momenteel slecht ontsloten gebieden zeer dicht bij grote bevolkingsconcentraties met een gering recreatief aanbod. Dit blijkt uit onderzoek in opdracht van de WOT Natuur & Milieu en het Milieu- en Natuurplanbureau.
De overheid wil het recreatieve gebruik van het agrarisch gebied vergroten, vooral door de toegankelijkheid ervan te verbeteren. Hierbij wordt vooral gedacht aan kleinschalige infrastructuur voor wandelaars, voetpaden over boerenland. Een betere toegankelijkheid van een gebied maakt een gebied aantrekkelijker voor recreatie, en zorgt daarmee ook voor een grotere binding met het gebied. Aan de andere kant zijn mensen met een grotere binding met een gebied vaker en sterker tegen een betere ontsluiting.
Agrarisch gebied is vooral uitloopgebied. Naar mate de afstand tot het agrarisch gebied toeneemt, neemt het aantal bezoeken aan het gebied af. Het beter toegankelijk maken van een gebied leidt tot meer bezoeken, maar dat gaat vooral ten koste van bezoeken aan andere gebieden. In totaal gaat men niet vaker wandelen. Wel kan een betere toegankelijkheid van het gebied zorgen dat de gebruikers van het gebied meer verspreid zijn over het gebied, waardoor de recreanten meer rust en ruimte ervaren.
De toegankelijkheid van een gebied is van aanzienlijk belang voor het recreatieve gebruik, en daarmee voor de binding met het gebied. Agrariërs zijn relatief vaker en ook sterker tegen het vergroten van de toegankelijkheid van het gebied. Dit geldt ook voor andere mensen met een sterke binding met het gebied. Men staat positiever tegenover een grotere toegankelijkheid als men het gebied minder goed ontsloten vindt en het totale wandel- en fietsaanbod in de woonomgeving minder goed vindt.
|