Keurmerk beschermt visstand beter dan WTO

  Nieuws
  Vaknieuws
  Wagenings commentaar
  Dossiers
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  2001
  2000
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Congressen en symposia
  Cursussen
  Promoties & Oraties

4 dec 2008

De Marine Stewardship Council (MSC), een stichting die wil bijdragen aan een gezonde oceaan, zet op het gebied van overbevissing meer zoden aan de dijk dan afspraken van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Dat concludeert dr. Peter Oosterveer van de leerstoelgroep Milieubeleid van Wageningen Universiteit in het decembernummer van Ocean and Coastal Management.

Er is een grote behoefte aan mondiale regels, aldus de milieusocioloog, want de vangst en handel van vis kan door de globalisering niet meer door nationale regeringen of instanties als de EU worden gereguleerd. Oosterveer vergeleek daarom de bijdrage van WTO-regels en de MSC aan het stoppen van de wereldwijde afname van wilde vis.

De WTO spreekt zich niet uit over de visvangst – dat laat ze over aan nationale regeringen – maar wel over de handel in vis. WTO-leden discussiëren momenteel over afschaffing van subsidies van regeringen aan hun vissers, omdat die oneerlijke concurrentie veroorzaken. Visserijlanden als de Verenigde Staten en Nieuw-Zeeland en visserijdeskundigen als Daniel Pauly zijn voor zo’n verbod omdat subsidies onrendabele visvangst stimuleren, zegt Oosterveer. ‘De onderhandelaars zijn er alleen nog niet uit hoe ze moeten omgaan met kleine vissers en hoe groot hun impact is op de visstand.’

Hoewel een subsidieverbod de visstand kan helpen verbeteren, verwacht Oosterveer weinig van de WTO als mondiale regelneef. ‘Duurzaamheidseisen spelen vrijwel geen rol bij de onderhandelingen. Ze zitten bovendien al twee jaar vast. Verder weet je nooit wat er aan visafspraken uitkomt. Visserij is maar een onderdeel van de onderhandelingen en kan dus ruilobject worden om overeenstemming te bereiken over het totaalpakket.’

De MSC is elf jaar geleden opgericht door Unilever, uit bezorgdheid over voldoende vis voor haar vissticks, en het Wereldnatuurfonds, uit bezorgdheid over de biodiversiteit. Vis die aan de eisen voldoet, mag het duurzaamheidslabel voeren. Inmiddels draagt 3,5 miljoen ton zeevoedsel – zes procent van de vis en schaaldieren die wereldwijd wordt gevangen – het keurmerk. Dat percentage zal verder groeien nu alle Nederlandse supermarkten hebben afgesproken vanaf 2011 alleen nog vis met MSC-keur te gaan verkopen.

Toch heeft MSC zijn beperkingen, zegt Oosterveer. ‘De vis wordt vooral verkocht in ontwikkelde landen op het noordelijk halfrond. Dat komt omdat MSC afspraken maakt met zowel vissers, handelaren als retailers in de keten. Dat vereist duurzaamheidsindicatoren en supply chain management, en dat is lastig voor ontwikkelingslanden.’ Afspraken maken met de garnalentelers in Zuidoost-Azië bleek lastig. ‘Het gaat om veel vissers, en ze werken in armoedige omstandigheden. Maar sociale overwegingen zijn lastig een plek te geven in het keurmerk.’

Toch vindt Oosterveer de private MSC-aanpak kansrijk. ‘Terwijl de WTO vastloopt op technische en politieke kwesties, heeft dit private initiatief dynamiek.’ / Albert Sikkema 

Bovenstaand bericht is geproduceerd door de redactie van Resource, het weekblad voor Wageningen Universiteit en Researchcentrum. Meer informatie bij Pers- en wetenschapsvoorlichting van Wageningen UR, e-mail: pers.communicatie@wur of bij de redactie van Resource, e-mail: resource@wur.nl. Zie archief op http://www.resource-online.nl.


Print nieuwsbericht