Nederlandse groenten: voldoende mineralen en vitaminen

  Nieuws
  Vaknieuws
  Wagenings commentaar
  Dossiers
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  2001
  2000
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Congressen en symposia
  Cursussen
  Promoties & Oraties

24 apr 2008
Onderdeel: Wageningen UR
Nummer: C

‘Vitamine weg uit groenten’ kopte vorige week een groot landelijk dagblad. Volgde een verhaal waaruit moest blijken dat, als gevolg van de verplichte mestinjectie in de bodem, de kwaliteit van de groente achteruit holt en daarmee de volksgezondheid ernstig wordt bedreigd. Een wild verhaal en baarlijke nonsens, vinden de professoren Oenema, Struik, Van Kooten en Van Boekel van Wageningen Universiteit. Groente en fruit van Nederlandse bodem zijn en blijven gezond.

“Het verhaal van het dagblad was dat mestinjectie in de grond, in tegenstelling tot het bovengronds uitspreiden van mest, het bodemleven zou doden – waarbij de krant groenten uit de kas en van de volle grond gemakshalve over één kam scheert. Gewassen zouden daardoor niet meer evenwichtig mineralen kunnen opnemen. Dat zou weer betekenen dat ze niet alleen onvoldoende mineralen bevatten, maar ook onvoldoende vitaminen aanmaken. Voor de consument zou dat inhouden dat ze ondervoed raken, zwaarlijvig worden en zelfs een verhoogde kans op kanker hebben. Bij dit onzinnig verhaal zouden wij als wetenschappers onze schouders kunnen ophalen, ware het niet dat het bedenkelijk en gevaarlijk is dat een krant zijn lezers onnodig angst aanjaagt.

Hoe zit het nu echt met bodemprocessen, plantengroei en de kwaliteit van groenten?

Bodemkwaliteit
Nederlandse landbouwgronden zijn zeer vruchtbaar, maar worden toch fors bemest, om met grote zekerheid hoge opbrengsten te realiseren. Planten hebben 14 minerale voedingsstoffen nodig om goed te groeien; dieren en mensen 18; de vier extra zitten ook in planten. Bijna alle voedingsstoffen neemt de plant via wortels op uit de grond. Via kunstmest worden vooral stikstof, fosfor en kalium toegediend, omdat juist deze voedingselementen de gewasopbrengst beperken. Maar ook zwavel, magnesium, natrium, koper, zink, borium, en molybdeen worden lokaal via kunstmest toegediend. 

Dierlijke mest bevat alle voedingsstoffen en is daarom een ‘ideale meststof’, al komt de verhouding tussen de voedingsstoffen in mest niet overeen met de verhouding die nodig is om het gewas adequaat te voeden. Het ‘bufferend’ vermogen van de bodem en de ‘selectieve’ opname van voedingsstoffen zorgen er voor dat die ‘mismatch’ binnen de perken blijft.

Nederland is rijk aan dierlijke mest, omdat we veel landbouwhuisdieren hebben die we grotendeels voeren met geïmporteerd voer. De minerale voedingsstoffen in dat voer worden maar voor vijf tot 30 procent benut door de landbouwhuisdieren. De overige 70 tot 95 procent komt in de mest en dus op Nederlandse landbouwgronden terecht. Onze landbouwgronden worden deels gevoed met voedingstoffen die elders uit de grond zijn gehaald. 

Te veel voedingsstoffen in bodem, water en lucht schaden plant, dier en mens. Het mestbeleid is er op gericht de verliezen van voedingsstoffen (vooral stikstof en fosfor) naar het milieu te beperken en om ongewenste ophoping van voedingsstoffen in landbouwgronden te voorkomen. Door dat beleid is de aanvoer van voedingsstoffen via kunstmest en dierlijke mest fors verminderd, maar gemiddeld is de aanvoer groter dan de afvoer met het geoogste gewas.

Niets wijst er op dat de bodemvruchtbaarheid hollend achteruit gaat of dat de bodem sterft onder deze ophoping.

Mestinjectie en voedselkwaliteit
Mestinjectie is 15 jaar geleden ingevoerd om emissies van ammoniak naar de lucht te beperken. Die maatregel heeft bijgedragen aan halvering van de ammoniakemissies, een gezondere lucht en minder schade voor de natuur. Mestinjectie heeft ook onbedoelde neveneffecten, zoals op nesten van weidevogels en op ‘bodemleven’. In een uitgebreide studie zijn recent alle relevante effecten van mestinjectie geïnventariseerd en beschreven. Effecten op de minerale samenstelling van het gewas worden daarin niet genoemd, omdat er geen aanwijzingen voor zijn. De wijze van bemesting heeft een verwaarloosbaar effect op de minerale samenstelling van een gewas geteeld op vruchtbare landbouwgronden.

Er is geen oorzakelijk verband tussen mestinjectie en voedselkwaliteit. 

Evenwichtige mineralensamenstelling
Gewassen selecteren hun voedingsstoffen met hun wortelstelsel en zijn prima in staat een evenwichtige mineralensamenstelling in hun producten te realiseren, zeker als er in de bodem geen absolute tekorten zijn. Meststoffen hebben wel enig effect op de kwaliteit van gewassen. Veel stikstof geeft waterrijke gewassen en dat kan zich soms vertalen in smaak en kwaliteit van het oogstproduct. Meststoffen hebben ook invloed op de ontwikkeling van gewassen en daarmee op hun samenstelling. Tenslotte kunnen bepaalde meststoffen rechtstreeks tot invloeden op de kwaliteit leiden. Meer stikstof geeft bijvoorbeeld vaak hogere eiwitgehalten en nitraatgehalten in bladgroenten. Dergelijke effecten zijn altijd binnen redelijke grenzen die bepaald worden door weer, ras en teelttechniek.

Er is slechts een zwak verband tussen mineralenaanbod en kwaliteit en het is onzin dat er op vruchtbare gronden producten worden geteeld die arm zijn aan mineralen of vitaminen.

Gezondheid
Vergelijking van een paar analysecijfers, zoals van vitamine C in groenten, levert geen betrouwbare conclusies op over de volksgezondheid. Analysecijfers zijn nooit hetzelfde. Analysemethoden kunnen veranderen, rassen verschillen, groeiomstandigheden zijn variabel, de bewaaromstandigheden van de producten hebben invloed en er is biologische variatie. Gehaltes zijn nooit hetzelfde en dat is niet erg want bij een normaal voedingsmiddelenpakket zit er van alles voldoende in. Alleen als mensen ongebalanceerd eten, zijn er problemen, maar dat ligt niet aan de groenten, maar aan de mensen zelf.

Er is geen oorzakelijk verband tussen mestinjectie en levensverwachting van mensen.

Gezond en lekker
Consumenten willen voedsel. En dat kan gelukkig tegenwoordig binnen bovengenoemde grenzen geproduceerd worden. De plantenveredeling gaat zich steeds meer toeleggen op smaak- en gezondheidsbevorderende stoffen. Daarnaast zijn boeren en tuinders zich steeds meer bewust van de effecten van hun werkwijze op smaak en gezondheid. Dat alles wordt door de markt gestuurd. Er liggen nu allerlei producten in de schappen met bijzondere eigenschappen. Van lycopeen-tomaten tot broccocress en van aardappelporties tot allergievrije appels.

Groente en fruit van Nederlandse bodem zijn en blijven gezond.”


Oene Oenema (Management van nutriënten en bodemvruchtbaarheid), Paul Struik (Gewasfysiologie), Olaf van Kooten (Tuinbouwketens) en Tiny van Boekel (Productontwerpen en kwaliteitskunde) zijn hoogleraar aan Wageningen Universiteit.


Print nieuwsbericht