Bij overgewicht is de energiebalans in het lichaam verstoord. Dit leidt vaak tot verminderde weerstand en gezondheidsproblemen. Hoe het een met het ander samenhangt op het niveau van de cel, weefsels en het lichaam is deels onduidelijk. Begrip hiervan is de basis van oplossingen. Prof.dr.ir. Jaap Keijer geeft in zijn inaugurele rede bij de aanvaarding van het ambt van gewoon hoogleraar Fysiologie van mens en dier aangrijpingspunten om de energiebalans te herstellen. De oratie vindt plaats op 18 juni aan Wageningen Universiteit.
Te weinig vetweefsel of teveel geeft ten dele dezelfde problemen in het lichaam, zoals insulineresistentie, suikerziekte en hart- en vaatziekten. Overgewicht komt intussen bij de helft van de Nederlandse mannen voor en bij 40% van de vrouwen. Wat er precies mis is in het lichamelijk functioneren bij overgewicht is het onderwerp waarop de groep van prof. Jaap Keijer zich vooral richt.
Jaap Keijer laat in zijn oratie 'Lichaam in balans' zien dat de energiebalans wordt gestuurd door zgn. mitochondriën, de energiecentrales die in elke lichaamscel aanwezig zijn. De mitochondriën zetten glucose op efficiënte wijze om in voor het lichaam bruikbare energie. Daarbij gebruiken ze zuurstof die via de longen in het lichaam komt. Deze wordt voor bijna volledig gebruikt om energie aan te maken.
Bij mensen met overgewicht blijkt er in het vetweefsel een tekort aan zuurstof te zijn, waardoor de aanwezige brandstof niet een gezonde manier wordt omgezet. Ook andere, aan energieproductie gerelateerde en door mitochondriën bepaalde processen, verlopen niet goed. Daardoor raakt het weefsel uit balans, aldus prof. Keijer. De onbalans leidt uiteindelijk tot de dood van vetcellen, die overal kleine ontstekingen tot gevolg hebben en de gezondheid verder verslechteren.
Oplossingen
Uit experimenten met visvetzuren, die Jaap Keijer een aantal jaren geleden samen met Tsjechische collega's uitvoerde, is helder geworden dat visvetzuren in het dieet het tij kunnen keren. Muizen met overgewicht die visvetzuren aten vielen af, terwijl muizen die evenveel calorieën via plantaardige vetten binnenkregen op gewicht bleven. Het effect van visvetten was ook zichtbaar in de verhoogde activiteit van genen die actief zijn bij de vorming van mitochondriën en bij vetverbranding. Er zijn dus wel degelijk mogelijkheden om via bioactieve stoffen in de voeding de energiebalans in het lichaam te herstellen.
In zijn lopend en toekomstig onderzoek wil prof. Keijer en zijn medewerkers vooral bioactieve stoffen uit planten, zoals polyfenolen, waaronder quercetine uit ui, appel, thee en wijn, en carotenoïden, onderzoeken. Daarmee kan de verbinding worden gelegd tussen de waargenomen gemiddeld verlengde levensduur van mensen met een gezond voedingspatroon (waaronder veel groente en fruit, vis en een wijntje) en de effecten van afzonderlijke gezondheidsstoffen, zoals visvetzuren en polyfenolen, uit die levensmiddelen.