Bief en vega. Is de Vleeswijzer een goed initiatief?

  Nieuws
  Vaknieuws
  Wagenings commentaar
  Dossiers
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  2001
  2000
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Congressen en symposia
  Cursussen
  Promoties & Oraties

6 nov 2009
Nummer: C

De Vleeswijzer van Varkens in Nood en Milieudefensie, die vorige week uitkwam, maakt duidelijk hoe  vlees en vleesvervangers scoren op het gebied van dierenwelzijn en milieu. De combinatie van die twee bepaalt de positie op de ranglijst. Drie commentaren van medewerkers van  Wageningen UR.

Noelle Aarts, Communicatiewetenschap, Wageningen University:
‘Communicatief gezien vind ik de Vleeswijzer een goed verhaal. Dit soort communicatiemiddelen hebben vooral betekenis voor mensen die een bepaald gedrag al vertonen, of die al heel erg van plan zijn dit te gaan doen. ‘Verder heeft de vleeswijzer communicatieve waarde, omdat die makkelijk een weg vindt in de gesprekken tussen mensen. De kranten besteden er aandacht aan en mensen praten erover. In de kookrubriek van de Volkskrant werd meteen aandacht besteed aan vleesvervangers.’

‘Ik heb al wel reacties gehoord over het feit dat er ook vleesvervangers in de vleeswijzer worden genoemd. Daardoor ontstaat verwarring en soms irritatie. Er zijn veel meer soorten vleesvervangers, waarom worden die niet meegewogen?’

‘Ik vind het wel goed dat dierenwelzijn en milieu náást elkaar genoemd worden. Er bestaan tegenstrijdigheden tussen milieuvriendelijkheid en dierenwelzijn. De vleeswijzer is dan een afwegingskader, de consument kan zelf een bewuste keuze maken. Inhoudelijk is er natuurlijk veel af te dingen op de vleeswijzer. Je kunt van alles weerleggen, en elke expert heeft zijn eigen standpunt. Maar de consument is daar niet mee geholpen. Als je al die nuances meeneemt, wordt het te complex en te onzeker om nog uitspraken te kunnen doen. Dat werkt verlammend. De consument heeft behoefte aan eenvoudige beslisregels.’

Peter Kuikman, Alterra Wageningen UR, medeopsteller van het rapport Klimaat en Veehouderij van Wageningen UR uit 2008:
‘Goed dat dit gebeurt, zo’n Vleeswijzer leidt tot nadenken en discussie over voedselkeuzes van consumenten. Ik denk dat de presentatie beter kan en zie liever aparte ranglijsten voor milieu en welzijn. De ene consument heeft meer met milieu, de ander meer met welzijn. Zo zijn de meeste verschillen tussen biologisch en gangbaar vlees uit milieuoogpunt minimaal, maar staat biologisch vlees hoger in de Vleeswijzer vanwege veel beter welzijn.’

‘Verder vind ik het onderscheid tussen het goed scorende rundergehakt en het slecht scorende rundvlees lastig als consument. Dat gehakt komt van melkkoeien, waarbij veel emissie is toegerekend aan de melk. Het vlees komt van de stiertjes die deels worden gevoerd met veevoer van elders. Die vleesstiertjes zijn in Nederland een afgeleide van de melkveehouderij, het is dezelfde sector. Hoe moet ik dit als consument wegen? Maar de belangrijkste vraag is: gaat het om de productie of consumptie in Nederland? Wat we eten, komt lang niet allemaal uit Nederland. Deze ranglijst rekent met de productieomstandigheden in Nederland, maar de runderen in Nederland worden anders gehouden dan in Ierland en Argentinië. De herkomst van het vlees heeft meer impact dan het onderscheid tussen biologisch en gangbaar. Vlees wordt verhandeld op een internationale markt en daar houdt deze Vleeswijzer helaas geen rekening mee.’

Hans Hopster, lector Dierenwelzijn bij de hogeschool Van Hall Larenstein; in 2007 gaf hij vleessoorten een welzijnsscore voor een rapport van de Consumentenbond:
‘De Vleeswijzer wijkt niet echt af van het oordeel van de groep van experts in 2007. De Wageningse onderzoekers en de Dierenbescherming zaten toen al behoorlijk op één lijn bij de beoordeling van welzijn. Wel zijn het steeds experts uit hetzelfde onderzoekscluster, die dezelfde informatie krijgen. Geven die mensen dan een onafhankelijk oordeel? Dat is toch een methodologisch probleem. Een ander lastig punt is dat je met de beoordeling van eindproducten de dierlijke productiesystemen in stukken knipt. Dat zie je bij het onderscheid tussen  rundergehakt, dat goed wordt beoordeeld, en rundvlees, dat er veel slechter af komt. Als je naar productiesystemen als geheel kijkt, krijg je een beter en genuanceerder beeld.’

‘Verder denk ik dat de presentatie verwarrend is. Als je milieu belangrijk vindt, kun je het beste kip eten. Uit het oogpunt van welzijn kun je het beste rundvlees eten. Ik weet niet of consumenten dat oppikken uit de lijst. Ik had liever twee lijstjes gezien, voor welzijn en milieu.’ | Albert Sikkema

Bovenstaand bericht is geproduceerd door de redactie van Resource, het blad voor Wageningen Universiteit en Researchcentrum. Meer informatie bij Pers- en wetenschapsvoorlichting van Wageningen UR, e-mail: pers.communicatie@wur of bij de redactie van Resource, e-mail: resource@wur.nl.


Print nieuwsbericht