Hoewel er met het huidige biodiversiteitsbeleid veel is bereikt, lijkt de achteruitgang van de biodiversiteit lijkt nog steeds moeilijk te stoppen. Onderzoekers van Wageningen UR en het Planbureau voor de Leefomgeving stellen dat er in het natuurbeleid meer rekening zou moeten worden gehouden met de dynamiek in de natuur. Ook zou het beleid in de toekomst meer kunnen aansluiten bij de behoefte aan natuur in de samenleving.
De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) blijft daarbij een belangrijke basis voor het natuurbeleid. Dit ruimtelijk samenhangend netwerk van natuurgebieden biedt plant- en diersoorten de mogelijkheid zich aan te passen aan ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de verstedelijking, of aan de klimaatverandering. In hun rapport geven de onderzoekers twee “vergezichten” voor het natuurbeleid in de komende decennia. Paul Opdam, hoogleraar aan Wageningen Universiteit en wetenschappelijk onderzoeker bij Alterra: “Het ene vergezicht betreft Nederland, vooral Laag-Nederland, als bolwerk van de deltanatuur in Europa. De Nederlandse natuur is uniek en sterk verbonden met het deltakarakter van ons land. In het andere vergezicht wordt in het klimaatbestendig maken van de nationale ruggegraat ook de ecosystemen van Hoog Nederland betrokken. De Ecologische Hoofdstructuur moet zou moeten worden aangevuld met maatregelen om deze klimaatbestendig te maken. Er moet ook een strategie komen om het natuurbeleid meer te integreren in de ruimtelijke planning.”
Paul Opdam heeft voor zijn bijdrage aan het rapport ruim geput uit onderzoekresultaten en inzichten van Alterra, met name die uit het Kennisbasis-onderzoek voor LNV in het thema ‘Duurzame ontwikkeling van de Groene en Blauwe Ruimte in een veranderende wereld’. “Ik heb daarbij gemerkt hoe relevant deze kennis was bij het richting geven aan het denken van de werkgroepleden, die met elkaar een breed gevoel deelden dat het natuurbeleid aan vernieuwing toe is.”
>> Download het rapport ‘Wegen naar een nieuw natuurbeleid; een bijdrage voor discussie’.
>> Download de eindrapportage van de Interdepartementale werkgroep ‘IBO Natuur’, zoals dat door de minister van LNV naar de Tweede Kamer is gestuurd.