Met een beetje pech bepaalt de Braziliaanse regering over twintig jaar of u te eten krijgt of niet. Daarvoor waarschuwt europarlementariër Albert Jan Maat (CDA). In 2025 is er volgens hem te weinig eten om de wereldbevolking te voeden. Als Europa dan onvoldoende voedsel produceert voor de eigen bevolking, is het overgeleverd aan de goedwillendheid van andere landen. Met honger als mogelijk gevolg. Bent u ook bezorgd?
Prof. Arie Oskam, hoogleraar Agrarische economie en plattelandsbeleid van Wageningen Universiteit:
'Welnee. Zo af en toe is er weer zo'n oprisping over zelfvoorziening. Vaak zijn het mensen die bepaalde belangen vertegenwoordigen. Dat zal bij meneer Maat ook wel zo zijn.
Exportstops van voedsel zijn in het verleden wel eens als politiek wapen gebruikt, maar nooit effectief. De Verenigde Staten heeft bijvoorbeeld met een exportboycot de Sovjet Unie gestraft voor de inval in Afghanistan, en er is in 1974 een Amerikaanse exportstop van soja geweest. Dat heeft natuurlijk tijdelijke effecten, maar uit studies blijkt dat landen die hun export stilleggen daar uiteindelijk zelf de grootste schade van ondervinden.
De Verenigde Staten zijn bijvoorbeeld niet de enige graanexporteur. In het geval van de boycot van de Sovjetunie hebben Zuid-Amerikaanse, Europese en Australische graanboeren uiteindelijk geprofiteerd. De sojaboycot heft er op de keper beschouwd alleen maar voor gezorgd dat Brazilië nu de grootste sojaproducent is. Als één land niet levert zullen er andere leveranciers in het gat springen. Zo werkt de markt. Landen die geld verdienen aan de export van voedsel zullen daarom wel drie keer nadenken voordat zij hun handelsbelangen op het spel zetten. Uiteindelijk boycot een land zichzelf door niet te exporteren.
Voor energie ligt de zaak anders. Investeringen in energievoorziening zijn erg duur, en vergen lange tijd voordat ze iets opleveren. Bovendien is er maar een beperkt aantal landen dat olie kan leveren. Daarom is het heel verstandig rekening te houden met de Europese strategische positie. Het is goed om de risico's te spreiden door bijvoorbeeld te investeren in wind-, atoom-, en bio-energie. Die energie mag best wat duurder zijn dan olie, dat is de verzekeringspremie die je betaalt voor een grotere zekerheid.
Als meneer Maat zijn zin krijgt en Europa gaat streven naar zelfvoorziening, zou voor voedsel ook zo'n premie betaald worden. Consumenten betalen dan een hogere prijs voor hun boodschappen in ruil voor een groteren leveringszekerheid. Wij zouden dan jaar in jaar uit een gigantische premie betalen. Dat is voor voedsel niet houdbaar. Want waarvoor betaal je in dat geval? Voedsel bestaat uit zoveel verschillende componenten die bovendien overal ter wereld verbouwd worden. Het is in tegenstelling tot energie eenvoudig en met relatief geringe investeringen te produceren. Mensen die pleiten voor zelfvoorziening hebben naar mijn idee niet voldoende nagedacht over economie.’
Korné Versluis