Open grenzen

  Nieuws
  Vaknieuws
  Wagenings commentaar
  Dossiers
  Perskamer
  Archief
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Congressen en symposia
  Cursussen
  Promoties & Oraties

15 mrt 2006
Onderdeel: Wageningen UR

Staatssecretaris Henk van Hoof van Sociale zaken en werkgelegenheid wil de grens openstellen voor werknemers uit de nieuwe lidstaten van de EU. Gaan de Polen bij open grenzen de banen van Nederlanders afsnoepen? En is er sprake van oneerlijke concurrentie?

Dr. Roel Jongeneel, universitair docent bij Agrarische economie en plattelandsbeleid van Wageningen Universiteit en LEI-medewerker, deed onderzoek naar illegale arbeid in de tuinbouw:

‘Het zal bij open grenzen wel meevallen met de verdringing van autochtone Nederlanders door Polen. Al jaren wordt geprobeerd meer Nederlandse werklozen aan het werk te helpen in deze sector. De resultaten van die pogingen vallen nogal tegen. Veel Nederlanders willen het zware en vieze werk in de kassen niet doen. Als er sprake is van verdringing dan denk ik dat nieuwe Polen vooral de traditionele groepen, namelijk de Turkse en Marokkaanse arbeiders, zullen vervangen. Vooral degenen die hier illegaal werken. Dat lost het probleem van de illegale arbeid misschien wel op, maar de vraag is of dit geen schijn is. Veel Turken en Marokkanen werken al jaren in de tuinbouw, vaak onder slechte arbeidsvoorwaarden. Wat moeten die mensen nu gaan doen? Maakt het jarenlange gedoogbeleid de regering ook niet medeverantwoordelijk voor deze mensen?

Het zou me niet verbazen als de werkloosheid onder de vele allochtone werknemers die wel legaal werken zal gaan stijgen. Je merkt bij tuinders nogal eens een kritische houding ten opzichte van Turkse en Marokkaanse arbeiders. Ze zouden niet hard genoeg werken en zich te vaak ziek melden. De Polen daarentegen hebben het imago hard te willen werken, bereid te zijn lange dagen te maken en rustig een half jaar op een camping te willen wonen.

Polen mogen hier gerust komen werken als de Nederlandse CAO in acht wordt genomen. Echter, in ons onderzoek vonden we dat men hier op allerlei manieren onderuit probeert te komen. Tuinders huren steeds meer arbeid in via uitzendbureaus. De uitzendbureaus werken vaak met een aparte uitzend-CAO, die Jan Marijnissen onlangs de uitbuit-CAO noemde. De gedachte is dat het nettoloon dat buitenlandse werknemers verdienen gelijk moet zijn aan de lonen voor de vaste werknemers. Wat betreft het brutoloon dat tuinders aan de uitzendbureaus betalen, zijn de verschillen bij de gecertificeerde bureaus vaak niet zo groot meer. Maar ik schat dat nog steeds zestig procent van de intermediairs niet gecertificeerd is. Zij staan niet onder toezicht en we kwamen in ons onderzoek allerlei creatieve trucs tegen om de bestaande regels te omzeilen. Bovendien is het nettoloon van buitenlandse werknemers vaak een stuk lager dan dat van de binnenlandse, door bijvoorbeeld allerlei aftrekposten.

Het lijkt me dus moeilijk om de garantie te geven dat binnenlandse en buitenlandse arbeiders tegen dezelfde voorwaarden gaan werken. Sterker nog, de oneerlijke concurrentie zet de arbeidsverhoudingen verder onder druk en holt de bestaande regelingen uit. Op papier wordt eerlijke concurrentie beloofd, maar papier is geduldig. In de praktijk is daar zeker geen sprake van. En dat verklaart het ongenoegen van de vakbeweging en vele autochtone en allochtone Nederlandse werknemers.’

Joris Tielens

Dit commentaar is aangeboden door de redactie van Wb, het weekblad voor Wageningen UR. Meer informatie bij Pers- en wetenschapsvoorlichting van Wageningen UR, e-mail pers.communicatie@wur.nl of bij de Redactie van Wb, e-mail wb@cereales.nl. Zie archief op http://www.wb-online.nl


Print nieuwsbericht