De ontwikkeling van gemengde natuurlijke bosverjonging

  Nieuws
  Vaknieuws
  Wagenings commentaar
  Dossiers
  Perskamer
  Archief
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Congressen en symposia
  Cursussen
  Promoties & Oraties

17 jan 2012
Onderdeel: Alterra

In relatief korte tijd is men bij het beheer van de Nederlandse bossen omgeschakeld van vlaktegewijze verjonging en herplant naar een meer natuurlijke verjonging door dunningen, groepsgewijze kap en natuurlijke bezaaiing. Onderzoekers van Alterra, onderdeel van Wageningen UR, analyseerden 66 verjongingsopstanden naar de gevolgen hiervan voor kwaliteit en soortensamenstelling.

In 1996 werd van een reeks bosverjongingen de samenstelling en kwaliteit vastgelegd. Inmiddels heeft er een heropname plaatsgevonden zodat de ontwikkeling van de laatste 15 jaar in kaart gebracht kon worden, gerelateerd aan eventuele verzorgingsmaatregelen. Alterra-onderzoeker Anne Oosterbaan: "Die natuurlijke verjongingen groeiden gemengd op in variërende dichtheden. Vooral bij hogere dichtheden doet zich de vraag voor of het in verband met de vitaliteit, soortensamenstelling en kwaliteit van de opstand noodzakelijk is om verzorgende maatregelen uit te voeren. Daar was nog vrijwel geen onderzoek naar gedaan, maar vanwege de hoge kosten van die maatregelen is het wel een relevant punt."

De soortensamenstelling bleef in het algemeen gehandhaafd, met uitzondering van de zomereik, die soms uit de menging verdwenen was. Uit het onderzoek bleek dat de meeste verjongingen, zonder dat er maatregelen zijn uitgevoerd, nog steeds gemengd zijn met de soorten die 15 jaar geleden al aanwezig waren. In de onderzochte opstanden zijn gedurende de eerste 15 jaar vrijwel geen maatregelen uitgevoerd, en niettemin was de kwaliteit over het algemeen redelijk tot goed. Alleen in gaten en onder scherm was een deel slecht. Er is geen duidelijk verband gevonden tussen de kwaliteit van de verjonging in de eerste jaren en het aantal toekomstbomen 15 jaar later.

De kwaliteit van een kwart van de verjongingen was slecht. Daar kwamen bijna geen toekomstbomen in voor. Anne Oosterbaan: "We hebben voor toekomstbomen wel strenge criteria aangehouden. Er komen vaak wel bomen voor die hier net niet aan voldoen. Het is overigens de vraag of dit probleem, dat te wijten is aan de stamkwaliteit, met maatregelen te voorkomen was geweest. Al met al blijkt het in de meeste verjongingen niet nodig te zijn geweest om structureel verzorgingsmaatregelen te treffen. Wel moeten beheerders de vinger aan de pols houden, zeker bij mengingen met zomereik."


Meer Informatie:

'Ontwikkeling van gemengde natuurlijke bosverjonging',  Alterra-rapport 2212.

 


Print nieuwsbericht

Contact
ing. A (Anne) Oosterbaan
visitekaartje
»  meer Contact