|
10 jan 2012
Nummer:
N
Wageningse onderzoeker verwacht positief effect op voedselproductie in Afrika
Graanplanten die minder caroteen maken, kunnen met name in Afrika meer voedsel produceren, doordat deze graantypes minder last hebben van parasitaire planten. Dat stelt Muhammad Jamil in het proefschrift waarop hij op 11 januari 2012 hoopt te promoveren aan Wageningen University, onderdeel van Wageningen UR. Jamil onderzocht op het lab en in het veld processen en technieken die de bestrijding van het parasitaire onkruid Striga zouden kunnen verbeteren. Hij ontdekte dat rijstplanten die minder caroteen kunnen maken dan gewoon, tot wel 90% minder last hebben van de Striga-parasiet. Volgens Jamil opent dat de weg naar goedkope en effectieve technieken voor het verbeteren van de voedselproductie en het inkomen van boeren, met name in Afrika.
In Afrika staat de voedselproductie in toenemende mate onder druk door problemen met parasitaire planten in graangewassen zoals maïs, sorghum, hooglandrijst en gierst. Een van de belangrijkste parasitaire planten, Striga geheten, is een bedrieglijk mooi plantje dat de gewassen compleet leegzuigt om er zelf beter van te worden. De parasitaire plant kan de graangewassen vooral belagen als de groeiomstandigheden van het gewas niet optimaal zijn. Daardoor hebben juist in Afrika veel graangewassen last van de parasitaire planten. Het effect is desastreus: complete oogsten mislukken door Striga.
Muhammad Jamil, afkomstig uit Pakistan, onderzocht aan Wageningen University met name de processen rond de kieming van Striga-zaden en de eerste ‘aanhechting’ aan de graanplanten. Eerder onderzoek had al laten zien dat Striga-zaden alleen kiemen als er in de bodem bepaalde plantenhormonen aanwezig zijn: strigolactonen. De strigolactonen komen via de wortels van de graanplanten in de bodem terecht. Dat is voor de Striga-zaden het signaal dat er een plant in de buurt is die geparasiteerd kan worden. Daardoor kiemen de zaden en belagen de kiemplanten de graanplanten.
Jamil onderzocht verschillende aanpakken voor de vermindering van de Striga-schade. Hij onderzocht het effect van stoffen die de productie van strigolactonen verminderen, de genetische variatie van graanplanten voor de productie van strigolactonen en het effect van meststoffen op de productie van strigolactonen. Daarbij keek hij of er een effect was op de kieming van Striga-zaden en op de aanhechting van de kiemplantjes aan de wortels van rijst, sorghum en mais. Planten maken strigolactonen uit caroteen, de bekende kleurstof die ook in peen zit. Jamil gaf rijstplanten voedingsoplossing met daarin heel kleine hoeveelheden van stoffen die de productie van dat caroteen remmen. Op die manier lukte het hem om de planten minder strigolactonen te laten aanmaken. Het effect was aanzienlijk: de kieming van Striga-zaden werd tot wel 75% verminderd.
Ook het gebruik van meststoffen leidde tot een sterke vermindering van de productie van strigolactonen en daarmee tot verminderde Striga-infectie. Jamil liet in zijn onderzoek ook zien dat rijst-rassen aanzienlijk van elkaar verschillen in de productie van strigolactonen. Sommige rassen produceren heel weinig strigolactonen en hebben daardoor minder last van de parasitaire planten. Alles bij elkaar, ziet Jamil daarom goede mogelijkheden om goedkope en effectieve technologieën te ontwikkelen voor de vermindering van de problemen met de Striga parasiet. Daardoor zouden Afrikaanse boeren meer voedsel kunnen produceren en een beter inkomen kunnen krijgen.
|