Smakelijk eten met nanotechnologie

  Wageningen University
  Contract research
  Wettelijke Onderzoekstaken
  Onderzoeksdomein
  Onderzoeksprojecten
  Rankings- / Citatie-indexen
  Expertzoeker
  Research Blog
  2011
  2010
  december
  november
  oktober
  2012
  Internationale Projecten
  Samenwerking bedrijfsleven

  • 09-12-2010
  • Frans Kampers

Vorige week was ik in Brussel bij een interessant symposium over toepassingen van nanotechnologie in voeding. Dit is een controversieel onderwerp, want consumenten willen natuurlijk voedsel met zo min mogelijk technologische hoogstandjes. En tot overmaat van ramp associëren veel mensen nanotechnologie aan de ene kant met biotechnologie en aan de andere kant met asbest. Het mijnenveld is dus niet te overzien. Toch is nanotechnologie volgens mij heel nuttig voor zowel de consument als de voedingsindustrie. Bovendien is het een krachtige motor voor innovatie die vooral Nederland - maar ook Europa - unieke mogelijkheden biedt om deze belangrijke sector economisch rendabel te houden.

Nanotechnologie vult de gereedschapskist van de voedingstechnoloog aan met allerlei nieuwe en uiterst precieze instrumenten. Met deze instrumenten kunnen producten worden ontwikkeld die bijdragen aan gezondheid, die duurzamer kunnen worden geproduceerd, die voedsel veiliger maken en die zelfs hele nieuwe sensaties kunnen oproepen. Alle reden dus om ervoor te zorgen dat deze technologie niet op dezelfde manier wordt afgeserveerd als biotechnologie.

Het is wel zo dat bepaalde nanotechnologie en dan vooral de persistente (onoplosbare en niet-biologisch afbreekbare) nanodeeltjes potentieel risico’s met zich mee zouden kunnen brengen. Dit is echter maar een klein deel van alle toepassingen van nanotechnologie. Bovendien is er weinig emplooi voor dure nanogestructureerde ingrediënten in de voedingssector die niet bijdragen aan de voedingswaarde. En dat doen persistente nanodeeltjes per definitie niet. Het probleem is dat in de pers en daardoor door het grote publiek geen onderscheid wordt gemaakt tussen nanotechnologie en nanodeeltjes. Dus de gevaren die mogelijk aan nanodeeltjes zitten, zitten ook aan de technologie, volgens veel mensen.

De politiek in dit tijdsgewricht is zeer risico-avers. Men wil het eigen stoepje schoon houden met allerlei regeltjes waarmee ze, mocht het nodig zijn, kunnen aantonen dat zij er alles aan hebben gedaan om potentiële risico’s te beperken. In de voedingssector leidt dit tot de Novel Foods Regulation die nu in ontwikkeling is. Het Europese Parlement wil expliciet nanotechnologie daar ook onder laten vallen, iets wat impliciet al het geval was. Nu draagt goede regelgeving bij aan het vertrouwen dat consumenten hebben in nieuwe producten. Want de regelgeving schrijft doorgaans voor dat mensen met verstand van zaken de producten getest en/of beoordeeld hebben en van mening zijn dat ze veilig te gebruiken zijn. We hebben dus ook in dit geval belang bij goede regelgeving.

Regelgeving is in het geval van nanotechnologie best lastig. Nanotechnologie is namelijk slecht gedefinieerd. En de definities die er zijn bevatten woorden als ‘ongeveer’ of ‘bij benadering’, termen waar de gemiddelde jurist van gruwt. Maar bij voedingstoepassingen komt daar nog bij dat ons voedsel al hoofdzakelijk uit nanostructuren bestaat. Natuurlijke weliswaar, maar zie maar eens onderscheid te maken tussen een natuurlijke en een nanotechnologische eiwitfibril. De oplossing hiervoor ligt eigenlijk voor de hand. Ik vind dat de regelgeving zich moet focussen op die toepassingen waar potentieel gevaren aan zitten: de persistente nanodeeltjes. Laat alle andere nanotechnologie regeltechnisch links liggen, want dat is net zo veilig (of onveilig) als de natuurlijke nano-ingrediënten. Persistente nanodeeltjes kun je namelijk wel goed definiëren, karakteriseren en op termijn ook detecteren. Dit laatste is belangrijk voor de handhaving van de regels. Helaas begrijpen politici te weinig van de materie om deze bocht te durven maken. Het is daarom niet uit te sluiten dat we straks met een gedrocht zitten dat voor de industrie onwerkbaar is. Hierdoor zouden allerlei innovaties op de plank kunnen blijven liggen. Niet alleen missen we als consumenten zo kansen op beter voedsel, ook economisch gunnen we andere regio’s voorrang daar waar Europa nu de leiding heeft. Dat zou toch zonde zijn?

Frans Kampers
Directeur BioNT, Wagenings centrum voor toepassingen van nanotechnologie in voedsel en gezondheid

Reageer: