-
11-01-2011
-
Nico Rozemeijer
Wie zijn de winnaars en wie zijn de verliezers als de EU legale houtproductie afdwingt in Ghana?
De tropische bossen van Ghana verdwijnen in rap tempo. De commerciële houtkap ten behoeve van zowel de export als de binnenlandse markt is een van de voornaamste oorzaken hiervan. De activiteiten zijn vaak illegaal en niet-duurzaam. 84% van de binnenlandse markt wordt bevoorraad met hout dat zonder vergunning, afdracht van belasting of milieucontrole is geproduceerd. Het percentage van de illegale export ligt lager, maar is nog steeds aanzienlijk. Het is betwistbaar in hoeverre de ontbossing de Ghanese regering heeft aangespoord om effectief actie te ondernemen, maar de EU is gewaarschuwd. De westerse consumenten voelen zich steeds vaker bezwaard dat hun hardhouten kozijnen bijdragen aan de verwoesting van bossen. Tel daarbij de dreiging van een wereldwijd zuurstoftekort op en de beleidsagenda verandert.

Als onderdeel van het FLEGT-actieplan (wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw) heeft de EU ‘vrijwillige partnerschapsovereenkomsten’ (VPA's) met individuele landen zoals Ghana opgericht om de legale houtproductie af te dwingen. De handel tussen de EU en Ghana wordt hierbij gebruikt als drijfveer voor verandering. Vanaf 2012 wordt alleen nog legaal geproduceerd hout toegelaten tot de Europese markt (evenals de binnenlandse markt). De EU ziet de legale handel als een eerste stap naar duurzaam bosbeheer. Welnu, wie zou er iets tegen dit prachtige doel kunnen inbrengen?
Het Wageningen UR/DGIS partnerschap heeft een onderzoeksproject opgesteld dat de gevolgen onderzoekt van de VPA voor de arme mensen die voor hun bestaan afhankelijk zijn van het bos in Ghana. Welke tegenstrijdige belangen bestaan er voor het bosbestand? Wie heeft baat bij de toepassing van de wet en wie betaalt de prijs? En wie wordt er in de eerste plaats bevoordeeld door de huidige wets- en beleidsregels?
Op 25 en 26 november werd er een beleidsdialoog georganiseerd in Elmina, Ghana. De ‘wetenschap’, in de vorm van een omvangrijke Nederlandse delegatie van Wageningen UR en ngo’s, ging de discussie aan met het ‘beleid’. Op basis van onderzoek op het gebied van bosbeleid en –beheer in Ghana en de laatste informatie over duurzaam bosbeheer, stabiele ontwikkeling en over op participatie gebaseerd beheer nam het debat een kritische wending over de vorm en toepassing van de VPA. Met name met betrekking tot de anti-armoede agenda van zowel de Ghanese regering als van de EU. Wat onder de huidige wetgeving zou worden gezien als illegale boskap door 100.000 mensen uit plattelandsgemeenschappen kan ook worden beschouwd als informeel, kleinschalig en lokaal volledig geaccepteerd bestaansmiddel. De huidige wets- en beleidsregels in Ghana gaan grotendeels de strijd aan met de armoede. Het afdwingen van deze wetten zal met name ten gunste komen van de grootschalige houtindustrie en de politieke elite. Dus wie zijn de winnaars en wie zijn de verliezers als de VPA wordt gehandhaafd?
De conferentie werd gehouden vlakbij het fort Elmina dat door de Nederlanders in de 17e eeuw werd veroverd en werd gebruikt als verzameldepot voor de slavenhandel. De accommodatie van het hotel waarin ik verbleef heette: 'Abissi' naar een van de lokale 'Asafo’ krijgsbrigades. Hun leus was als volgt: als de Nederlandse boot vertrekt, is Elmina op zichzelf aangewezen. Ik kon dit niet uit mijn hoofd zetten toen een samenvatting van de onderzoeksresultaten werd gepresenteerd aan de Ghanese minister voor Land- en Natuurbronnen. Hij was maar liefst een kwartier aanwezig op de conferentie om zijn ‘antwoord op het beleid’ te geven. Hij zei dat hij de inspanningen waardeerde en uitkeek naar het rapport
Nico Rozemeijer, Wageningen UR Centre for Development Innovation (CDI)
Kumasi, 29 november 2011