Bijvoeren van grote grazers is slecht voor het milieu

  Wageningen University
  Contract research
  Wettelijke Onderzoekstaken
  Onderzoeksdomein
  Onderzoeksprojecten
  Rankings- / Citatie-indexen
  Expertzoeker
  Research Blog
  2011
  augustus
  juni
  mei
  april
  maart
  februari
  januari
  december
  november
  oktober
  september
  2010
  2012
  Internationale Projecten
  Samenwerking bedrijfsleven

  • 06-01-2011
  • Wieger Wamelink

Het heeft weer flink gesneeuwd. Bevroren wissels vertraagden de trein, de snelwegen waren in een puinhoop. Het is weer winter. En naarmate de winter vordert komt tegenwoordig steeds meer de vraag op wat we met de grote grazers in Nederland moeten. Bijvoeren of niet? Een tot op heden onderbelicht aspect van deze discussie is dat bijvoeren leidt tot een nog hogere stikstofbelasting in natuurgebieden, terwijl de natuur in ons land toch al te kampen heeft met stikstofovermaat.

Door verkeer, industrie en landbouw worden grote hoeveelheden stikstof in de lucht gebracht. Deze stikstof komt ook terecht op natuurgebieden en zorgt daar voor de zogenoemde vermesting; het natuurgebied wordt voedselrijker. Hierdoor kunnen (zeldzame) soorten verdwijnen. Een goed voorbeeld hiervan is de vergrassing van de heide. Door de stikstofdepositie verandert het heideveld met veel zeldzame soorten in een grasland met weinig soorten. Het bijvoeren van dieren geeft hetzelfde effect: via de mest komt extra stikstof in het gebied, bovenop de stikstof die al via de lucht wordt ingebracht.

Dat bijvoeren daadwerkelijk tot problemen kan leiden heeft Alterra, onderdeel van Wageningen UR, recent aangetoond in een studie voor een duingebied bij Zandvoort die in opdracht van Waternet is uitgevoerd. Het gebied bestaat uit verschillende vegetatietypen, van open duin tot bos, en wordt voor een deel begraasd door koeien. Die worden ’s winters bijgevoerd, waardoor extra stikstof het gebied in wordt gebracht. Voor het hele gebied gaat het daarbij om zo’n 4 kg per hectare per jaar. Ter vergelijking: de ‘stikstofdeken’, dus de hoeveelheid stikstof die uit de lucht komt, is ongeveer 16 kg per hectare per jaar. Een behoorlijk aandeel van de totale input is dus afkomstig van het bijvoeren. Is dat erg? Het antwoord is ‘ja’. In het gebied komen negen verschillende vegetatietypen voor. De maximale hoeveelheid stikstof uit de lucht wordt voor enkele typen duingrasland nu al overschreden. Door het bijvoeren kunnen deze in kwaliteit nog verder achteruit gaan; er kunnen bijvoorbeeld lokaal soorten zoals korstmossen verdwijnen.

Een oplossing kan zijn om de dieren alleen bij te voeren met voer uit het gebied zelf. Hierdoor komt er in ieder geval geen extra stikstof het gebied binnen. Maar als koeien een voorkeur hebben voor bepaalde plekken in het gebied, worden die plekken wel met extra stikstof belast – en als je pech hebt zijn dat juist de meest kwetsbare plekken. Voor landbouwhuisdieren in de natuur zou je kunnen besluiten ze ’s winters in een boerenweide te zetten. Maar dit kan bijvoorbeeld niet met wilde grote grazers. Daarvan is het juist de bedoeling dat ze jaarrond de vegetatie kort houden. Kortom, als je natuur op een natuurlijke manier wilt onderhouden, is bijvoeren geen optie.


Wieger Wamelink
Ecoloog bij Alterra

 

 

 

 

 

Reageer: