De Sociaal Economische Raad (SER) adviseerde het kabinet vorige maand in het rapport ‘Meer chemie tussen groen en groei’ om ‘stevig in te zetten op de ontwikkeling van de biobased economy’. Nederland kan daarin wereldwijd een sleutelrol spelen. Met onder meer de hoogontwikkelde agro-industrie en chemiesector hebben we internationaal sterke troeven in handen. Wageningen University en Research centre heeft daarom in een recent advies aan het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) veelbelovende business concepten uitgewerkt waarmee Nederland de regie kan pakken.
Uitgangspunten zijn onze toonaangevende positie in de plantenveredeling en de mogelijkheden voor het maken van koppelingen tussen agro en chemie. De wereldmarktleiders in veredeling van groenten, aardappelen, siergewassen en grassen zitten namelijk in Nederland. Die troef moeten we uitspelen, want plantenveredeling is cruciaal voor de transitie van een petro- naar een biobased economy.
De business concepten die in het Wageningen UR-rapport als kansrijk worden gepresenteerd, zijn kansrijk omdat ze (meestal) voldoen aan een aantal voorwaarden:
- Ze moeten voldoende toegevoegde waarde opleveren voor het Nederlandse bedrijfsleven. De biomassa hoeft niet perse in Nederland geteeld te worden, maar er moet wel ergens in de keten geld mee verdiend worden, bij voorkeur aan het begin van de productieketen (zaadproductie) of aan het eind (bioraffinage)
- Ze moeten wezenlijk bijdragen aan klimaatdoelstellingen. De business cases moeten minimaal 250 GJ/ha aan energie-equivalenten opleveren. Bij voorkeur is dat energie in de vorm van groene chemicaliën, die energie-intensieve petrochemicaliën kunnen vervangen
- Ze moeten de potentie in zich hebben om per eenheid van resource (land en mineralen) meer biomassa te halen dan op dit moment mogelijk is. Voorbeelden zijn maïs met uitgestelde bloei of bieten met een verhoogde vorstresistentie. In beide gevallen kan met dezelfde resources een 30% hogere opbrengst gerealiseerd worden.
Kansrijke business cases zijn bijvoorbeeld verbeterde aardappel- en suikerbietenrassen met grondstoffen voor kunststoffen. Ook veelbelovend is olie uit de goudsbloem (calendula) en bolletjeskool (crambe) voor verven, smeermiddelen en houtverduurzaming. Verder heeft algenkweek potentie voor biobrandstoffen en bioplastics.
Met dergelijke concepten verkrijgt Nederland een zeer strategische positie. Dankzij het zogenoemde kwekersrecht - het intellectueel eigendomsrecht van plantenrassen - vloeien er namelijk licentie-inkomsten terug, waar ook ter wereld de gewassen worden geteeld. Behalve als kraamkamer voor biobased plantenrassen, kan de chemiesector zijn expertise in raffinagetechnologie verder ontwikkelen, zodat de hele keten wordt ontwikkeld.
Maar als we wereldwijd bij de koplopers willen horen dan is gericht innovatiebeleid nodig. Chemie en plantenveredeling zijn nog twee gescheiden werelden die elkaars taal niet spreken. De groene doelstellingen en de visies staan op papier, nu moeten alle partijen gezamenlijk hun verantwoordelijkheid nemen en de productieketens vormgeven om daarmee de grondstofvoorziening voor de toekomst veilig te stellen.

Andries Koops
Plant Research International