-
04-03-2011
-
Jan Eelco Jansma en Esther Veen
Op de dag van de provinciale verkiezingen bracht ik een bezoek aan Assen en Groningen. Groningen, hoofdstad van de smaak, is al een aantal jaren bezig met het verbinden van het stedelijk groen aan de Stadjers. Op diverse plaatsen in de stad zijn samen met bewoners fruitbomen geplant, een schaapskudde beheert de bermen en groenstroken, de gemeentelijke catering bestaat uit lokale producten en ondernemers in de ommelanden worden uitgedaagd in de stad hun producten af te zetten. In navolging van Groningen wil ook Assen vormen van stadslandbouw de ruimte geven.
In veel meer steden gaat de schop in de aarde. Zo zijn in diverse plaatsen kunstenaars met stadslandbouw bezig, vanuit het idee mensen op een andere manier de publieke ruimte te laten beleven. Ook zijn er ondernemers die een markt zien in lokale voedselproductie, zoals de stadsboerderij in Almere, een glastuinder die restwarmte aan een verzorgingshuis levert of Willem en Drees die lokaal geproduceerd voedsel naar supermarkten afzet. Daarnaast zijn er buurtgroepen die van een stenen plein een buurttuin maken of kruiden en bloemen telen in boomspiegels. Zorgen om ons voedingspatroon en onze leefomgeving en leefwijze liggen vaak ten grondslag aan deze initiatieven. Maar ook ondernemers die kansen zien om nieuwe producten en diensten lokaal aan te bieden.
Wij definiëren stadslandbouw als het produceren van voedsel en daaraan gerelateerde diensten in, om en voor de stad. Bij diensten kun je denken aan onderwijs, zorg, horeca of groenbeheer, maar ook aan lokale energieproductie via vergisting van afval. Stadslandbouw is breed, van het kropje sla in het plantsoen in de buurt tot de commerciële onderneming in de stadsrand. Een korte zoektocht in de archieven van de lokale en landelijke dagbladen laat zien dat ‘stadslandbouw’ in de jaren 2009 en 2010 veel meer media aandacht kreeg dan in de jaren ervoor. Het lijkt wel alsof iedereen erover praat en schrijft. Maar tot nu toe is stadslandbouw als beweging erg fragmentarisch. Lokale voedselproductie moet meer politieke en bestuurlijke aandacht krijgen, wil het meer worden dan een hype. Er is geen consistent of overkoepelend landelijk of lokaal beleid op stadslandbouw. Het valt dan ook moeilijk onder één beleidsthema te vangen; stedelijke voedselproductie raakt aan thema’s als voeding en gezondheid, landbouw, ruimtelijke ordening en sociale cohesie. Het valt overal in te passen, zodat niemand echt verantwoordelijk is.
Een aantal stedelijke professionals is serieus met stadslandbouw bezig. Deze beleidsmedewerkers streven ernaar om vormen van stadslandbouw in hun gemeente van de grond te krijgen. In 2010 hebben 15 van deze professionals zich verenigd in het stedennetwerk stadslandbouw. Assen en Groningen leveren twee deelnemers. Dit netwerk wordt gefaciliteerd door twee onderzoeksgroepen van Wageningen UR (Praktijkonderzoek Plant & Omgeving en Wageningen UR Livestock Research). Het is een platform voor stedelijke professionals om kennis en ervaringen uit te wisselen.
Wat bij veel van de deelnemers leeft is dat het moeilijk is stadslandbouw in de gemeente zelf op de kaart te zetten. Zij voelen zich niet of weinig gesteund binnen hun gemeente en hebben moeite hun collega’s te overtuigen van het belang van stadslandbouw. Vanzelfsprekend staat dit de ontwikkeling van stadslandbouw in de weg. Het is dan ook de ambitie van dit netwerk om stadslandbouw lokaal en landelijk op de agenda te krijgen. Ze zullen duidelijk maken dat deze “hype zonder eigenaar” wel degelijk perspectief heeft. Wij willen er aan werken dat dit netwerk uitgroeit tot een krachtige “perspectief-eigenaar”


Jan Eelco Jansma Esther Veen