RIKILT heeft een chemische test ontwikkeld waarmee jaarlijks ruim 300.000 proefdieren kunnen worden gespaard. Het is een test die gebruikt wordt om vast te stellen of er gifstoffen aanwezig zijn in schelpdieren. Deze reductie in het gebruik van proefdieren lijkt een druppel op de gloeiende plaat, maar zo zien wij het niet.
Het gaat om het routinematig onderzoeken van schelpdieren op de aanwezigheid van gifstoffen die diarree kunnen veroorzaken. In Nederland wordt dit tot mei 2011 nog met ratten gedaan maar dan is het over en uit met het gebruik van de rat voor dit werk. Vanaf dat moment wordt een chemische test voor dit doel gebruikt. Deze test spaart niet alleen de Nederlandse rat maar binnen de Europese Unie ook ongeveer 300.000 muizen per jaar. Het heeft jaren geduurd om de chemische methode te ontwikkelen, te valideren en beleidsmakers ervan te overtuigen dat de wetgeving moet worden aangepast.
De gifstoffen die in schelpdieren terecht kunnen komen worden door algen geproduceerd. Dit is een volkomen natuurlijk proces dat wereldwijd voorkomt. Schelpdieren zoals mosselen en oesters voeden zich door onder meer algen uit zeewater te filtreren. Bepaalde algen kunnen venijnige giffen aanmaken. Deze gifstoffen hopen zich op in de schelpdieren en op het moment dat wij de gif-bevattende schelpdieren consumeren kan dit allerlei nadelige gevolgen hebben.
Binnen Europa komen drie soorten vergiftigingen voor. Afhankelijk van welke vergiftiging je oploopt, kun je last krijgen van diarree, geheugenverlies of verlammingsverschijnselen. In Nederland zijn uitbraken van deze vergiftigingen vrij zeldzaam, maar elders in Europa komt het vaker voor.
Alternatief
De schelpdierproductiegebieden in het Waddengebied en Zeeland (Oosterschelde en omgeving) worden regelmatig gecontroleerd op de aanwezigheid van de verschillende giftige algen in het zeewater. Ook de schelpdieren worden getest op de aanwezigheid van gifstoffen. Voor het bepalen van een aantal giffen heeft RIKILT, onderdeel van Wageningen UR al toegelaten chemische testen operationeel.
Bij de huidige, enige officiële methode in Europa om schelpdieren te testen op gifstoffen die diarree veroorzaken maakt men gebruik van ratten of muizen. Ratten krijgen schelpdiervlees te eten en muizen worden met een schelpdierextract geïnjecteerd. Beide testen zijn erg dieronvriendelijk en onbetrouwbaar. Dit waren belangrijke redenen om te investeren in de ontwikkeling van een alternatieve chemische methode. Met deze methode kun je zowel de stoffen als de hoeveelheden meten Dit gebeurt zeer nauwkeurig. De detecteerbaarheid ten opzichte van een rat of muis kan zelfs 10-100 keer beter zijn met de chemische methode voor de verschillende gifstoffen.
Vergelijkbare resultaten
Maar het hebben van een nieuwe methode en een mooie wetenschappelijke publicatie biedt nog geen garantie. Zelfs niet als je een dieronvriendelijke en onbetrouwbare test kan vervangen. Voordat een methode officieel erkend wordt moet deze door verschillende laboratoria worden getest. Terecht, want de methode moet ook in collega laboratoria bruikbaar zijn en overal vergelijkbare resultaten geven. De methode die bij RIKILT ontwikkeld is, is in 2010 met een internationale studie door 13 laboratoria getest. De resultaten van deze studie waren dusdanig goed dat de methode goed bruikbaar bleek, maar ook dan ben je er nog niet.
Juli 2011
Onderzoek naar de veiligheid van voedsel is op diverse terreinen in Europa strikt gereguleerd. Daar waar serieuze gevaren aanwezig kunnen zijn, schrijft Europese regelgeving voor met welke methode moet worden aangetoond dat ons voedsel veilig is. Het proces van verandering van dit soort regelgeving neemt vaak jaren in beslag, maar voor deze nieuwe methode was dat gelukkig snel geregeld.
EU wetgeving is recentelijk aangepast en deze schrijft vanaf 1 juli 2011 het gebruik van de chemische methode voor als enige officiële methode (Nederland begint dus eigenlijk een maandje te vroeg maar daar zal naar wij aannemen niemand boos op worden). Landen die nog geen ervaring met het chemisch testen hebben, mogen nog tot 31 december 2014 de rat of muis gebruiken. Daarna is het echt over en uit met het gebruik van proefdieren voor routinematig testen van schelpdieren op de aanwezigheid van deze diarree veroorzakende gifstoffen.
Het vervangen van proefdiertesten door alternatieve methoden is voor ons de laatste jaren een belangrijk onderzoeksveld geworden. Wij vinden dat dit resultaat een stimulans moet zijn om meer proefdieronderzoek te vervangen door chemische tests.
Arjen Gerssen
Onderzoeker RIKILT - Instituut voor Voedselveiligheid