Een andere ruimtelijke ordening als oplossing voor de megastallen-problematiek

  Wageningen University
  Contract research
  Wettelijke Onderzoekstaken
  Onderzoeksdomein
  Onderzoeksprojecten
  Rankings- / Citatie-indexen
  Expertzoeker
  Research Blog
  2011
  augustus
  juni
  mei
  april
  maart
  februari
  januari
  december
  november
  oktober
  september
  2010
  2012
  Internationale Projecten
  Samenwerking bedrijfsleven

  • 21-04-2011
  • Peter Smeets, Madeleine van Mansfeld, Kees van Diepen en Peter Kuikman

Megastallen zijn niet alleen een landbouwkundig probleem. Het gaat hierbij ook, en misschien wel vooral, om ruimtelijke ordening. De locatiekeuze is erg belangrijk. Elke stap naar schaalvergroting roept weerstand op, omdat de van oudsher agrarische functie van het platteland nu mede bepaald wordt door andere maatschappelijke functies. De burger wil steeds meer inbreng hebben in de inrichting van ‘ons’ platteland.

Vooral de melkveehouderij zal in de komende jaren het effect van de door de Tweede Kamer gevraagde bouwstop op megastallen gaan voelen. Een melkveehouder die boven de grens van het gezinsbedrijf (150 – 200 melkkoeien) wil groeien, moet dat niet geleidelijk doen omdat hij pas voorbij de 800 koeien echt de vruchten van die schaalvergroting gaat plukken. Die schaalsprong wordt in het moratorium van de Tweede Kamer onmogelijk gemaakt. Een optie kan zijn om de dierhouderij te verplaatsen naar “agrarische bedrijventerreinen” waar de voordelen van clustering in de vorm van industriële ecologie maximaal zijn. Die ruimtelijke clustering heeft in de glastuinbouw en de industrie wel plaatsgevonden, maar lijkt in de dierhouderij moeilijker uitvoerbaar. De agrologistiek kan echter efficiënter en milieuvriendelijker en met veel minder verkeer.

De internationale positie van Nederland als vooraanstaand landbouwland is in het geding. Een verbod op megastallen betekent een feitelijke export van dierenleed, milieu-ellende en veterinaire risico’s naar andere landen. Dit wringt des te meer omdat in de komende jaren de Nederlandse melkveehouderij door het wegvallen van de Europese subsidies goede kansen heeft om het marktaandeel te vergroten. Dit zou een geweldige impuls zijn voor de verduurzaming van de Europese dierhouderij als geheel en voor het Europese milieu. Juist omdat Nederland daar logistiek uitstekend voor is gepositioneerd en juist omdat de Nederlandse landbouwer als geen ander het milieumanagement, het dierenwelzijn en de beheersing van veterinaire risico’s in de vingers heeft. En dan zijn agroparken met geclusterde megastallen, dichtbij logistieke knooppunten een mogelijke oplossing.

Voor het concept van agroparken als onderdeel van duurzame agro-logistieke systemen bestaat wereldwijd grote belangstelling, met name in opkomende economieën zoals China, India, Zuid-Afrika en Mexico. Nederland kan overheden, ondernemers en investeerders in die landen op weg helpen met de innovatiesprong die ze nodig hebben, en die ze ook kunnen betalen. Cruciaal bij een succesvolle kennisexport is de praktijkervaring van het Nederlandse bedrijfsleven en de Nederlandse kennisinstellingen. In de ongenuanceerde discussie over megastallen in Nederland, dreigt het kind met het badwater weggegooid te worden en staat ook die kennisexport op losse schroeven. De wereld zal in de komende jaren veel meer vlees en zuivel gaan consumeren. De handelsstromen van voedsel en basisproducten nemen vooral toe vanuit de zich ontwikkelende werelddelen. Het zou een forse bijdrage vanuit Nederland aan een wereldwijde duurzame ontwikkeling zijn als daarbij de ervaring en kennis en groeiende zorgvuldigheid van onze dierhouderij, tuinbouw en agro-logistiek de inspiratiebron kan blijven.

Peter Smeets, Madeleine van Mansfeld, Kees van Diepen en Peter Kuikman
Allen werkzaam voor Alterra, onderdeel van Wageningen UR

Reageer: