Open deuren gevraagd in natuursector

  Wageningen University
  Contract research
  Wettelijke Onderzoekstaken
  Onderzoeksdomein
  Onderzoeksprojecten
  Rankings- / Citatie-indexen
  Expertzoeker
  Research Blog
  2011
  augustus
  juni
  mei
  april
  maart
  februari
  januari
  december
  november
  oktober
  september
  2010
  2012
  Internationale Projecten
  Samenwerking bedrijfsleven

  • 05-05-2011
  • Bette Harms en Greet Overbeek

In deze lente getekend door de straffe wind van overheidsbezuinigingen, heeft de natuursector geschokt gereageerd op de beoogde plannen van het kabinet Rutte. Zij zet de bezem in het natuurbeleid en veegt de prioriteit voor de EHS (Ecologische Hoofdstructuur) en geplande ecologische verbindingen tussen natuurgebieden als een kluwen stof onder de bank. Bas Arts blogde in november al dat de natuursector lijdt onder een overdosis van wet- en regelgeving bij natuurgebieden, afnemend draagvlak onder burgers en bedrijven, maar zelf ook te eco-centrisch is georiënteerd en te weinig maatschappelijk en politiek betrokken is.

Wij denken echter dat er meer nodig is dan alleen ramen te openen voor maatschappelijk bevlogen personen die het debat willen voeren.  Een open raam biedt weliswaar een betere kijk op de organisatie, maar zegt nog niets over de bereidheid ook te luisteren en te veranderen. Hopelijk lukt dat wel met het open zetten van deuren waarbij natuurorganisaties nieuwe visies van andere maatschappelijke partijen verwelkomen. Dit vraagt echter een andere mentaliteit van natuurorganisaties die gewend zijn vooral als “overheidsliefjes” te acteren. Fondsenwervers van sommige natuurorganisaties zien hun directie vooral in de overheid investeren en minder interesse tonen om met bedrijven aan de slag te gaan. Dat laatste wordt vaak als een issue gezien voor marketing en PR-medewerkers die de “unique selling points “ van de natuurorganisatie mogen etaleren. De directie van deze organisaties is niet bij machte om hier prioriteit aan te geven en laat de kans liggen van bedrijven te horen wat zij zelf in natuurorganisaties waarderen. Dat is jammer, want door te vragen naar de “unique buying points” van natuurorganisaties ontstaan nieuwe visies. Gelukkig zijn er ook Provinciale Landschappen waar de directie het contact met bedrijven wel belangrijk vindt en met hen wil samen werken door kennis en consumenten- en leden-netwerken uit te wisselen.

Bij niet-EHS-gerelateerde natuurorganisaties zoals de Vogelbescherming en het Wereld Natuur Fonds (WNF) vindt samenwerking met bedrijven al langer plaats en selecteert men bedrijven op de bijdrage die zij aan natuur kunnen bieden. Met name het WNF selecteert haar partners op hun bereidheid de productieketens te verduurzamen. Het vermogen om strenge selectiecriteria te hanteren, komt met de kracht van het imago van deze natuurorganisatie.  Onze verwachting is dat EHS-gerelateerde organisaties op dit punt nog een weg te gaan hebben om een aantrekkelijke partner van bedrijven te worden.  Hun potentiele kracht ligt deels in de velden, bossen en duinen die vele regio’s kenmerken, maar nog meer in een sterke organisatie die in deze gebieden mensen bij elkaar weet te brengen en die garant staat voor ontspanning in een steeds haastiger wordend Nederland. Voor deze professionalisering is bundeling van de krachten van vitaal belang en één gezicht van natuurorganisaties. Ontsnippering versterkt niet alleen de positie van natuurorganisaties in de samenwerking met andere partijen, maar beschermt hen ook tegen greenwashing, waarbij bedrijven zich vooral een groen imago aan meten zonder zelf wat extra’s te gaan doen.

Bette Harms en Greet Overbeek (LEI, onderdeel van Wageningen UR), n.a.v. hun onderzoek voor PBL over de samenwerking tussen natuurorganisaties en bedrijven

Reageer: