-
02-08-2011
-
Gerdien Meijerink
Begin 2011 voorspelde ik dat voedselprijzen dit jaar in het nieuws zouden blijven. De eerste helft van 2011 is voorbij en tot zover heb ik gelijk gekregen. Begin 2011 piekten de wereldvoedselprijzen en alhoewel ze licht gedaald zijn, ligt het niveau van prijzen volgens de FAO nu nog steeds hoger dan tijdens de “voedselprijzencrisis” van 2008. Helaas zijn de voedselprijzen nu weer in het nieuws door de hongersnood in Oost Afrika: de hoge prijzen maken de ellende daar alleen maar erger.
Wat is er aan de hand? Nadat we jarenlang aan lage voedselprijzen gewend waren, zijn we wakker geschrokken toen deze omhoog schoten in 2008. Goedkoop voedsel blijkt niet langer vanzelfsprekend. Ver weg lijken de dagen van boterbergen. Er zijn verschillende redenen voor de hoge prijspieken, ik heb deze met collega’s van het LEI, onderdeel van Wageningen UR, op een rijtje gezet. Kort gezegd komt het erop neer dat de vraag naar voedsel (en vooral granen) gestaag stijgt, maar dat het aanbod niet altijd gemakkelijk aan deze vraag kan voldoen. Projecties op de lange termijn werpen vragen op als “kunnen we wel 9 miljard mensen voeden in 2050”? De FAO berekende dat de voedselproductie dan met maar liefst 70% moet stijgen.
Dit heeft geleid tot een roep om meer investeringen in landbouw, vooral in Afrika. Deels is dit terecht, want landbouw is daar jarenlang verwaarloosd en ons Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking had er ook onvoldoende aandacht voor (zie het WRR rapport van 2009). In 2004 hebben de landen in Afrika afgesproken om minstens 10% van hun budget te besteden aan landbouw, maar daar komt in de praktijk nog weinig van terecht.
Maar er is nog een andere manier om te zorgen voor meer voedsel in de wereld. Het voedselvraagstuk is vooral ook een verdelingsvraagstuk. Want ondanks dat er honger is in Oost Afrika, gooien wij veel voedsel weg: jaarlijks in Nederland tussen de 30% en 50% van het geproduceerde voedsel, dat is zo’n 9,5 miljoen ton of 1,2 miljoen vrachtwagens.
Veel voedsel verdwijnt al bij de productie, vooral in arme productielanden (denk aan oogstverliezen of het uitsorteren van ‘verkeerde’ maat boontjes uit Kenia), of daarna in de keten (bij opslag en transport) en in winkels (supermarkten gooien voedsel weg dat bijna bij de houdbaarheidsdatum zit), maar ook veel bij mensen thuis. We kunnen natuurlijk niet altijd vermijden dat we voedsel moeten weggooien. Geschat wordt echter dat slechts 10% onder het kopje “onvermijdbaar” valt. Als we ervoor zorgen dat er minder voedsel verdwijnt, dan zijn we dus al een heel eind op weg om 9 miljard mensen te voeden in 2050.
Dit betekent (hoop ik) geen terugkeer naar de na-oorlogse tijd, waarin met bijbehorend schuldgevoel elke oude boterham werd bewaard en verwerkt tot broodpudding. Maar wellicht betekent het wel een nieuwe kijk op en respect voor voedsel, dat niet langer vanzelfsprekend en spotgoedkoop is. Ik blijf daarom bij mijn voorspelling dat ook in de rest van 2011 voedsel(prijzen) een veelbesproken zal thema blijven. Het thema van de wereldvoedseldag van 2011 in oktober helpt al vast: dat is namelijk hoge voedselprijzen!
Gerdien Meijerink
Senior econoom bij het LEI met bijzondere aandacht voor voedselzekerheid en markten