News

Persbericht, 13 september 2017 Stof tot nadenken: niet automatisch meer oogst door meer organische stof in bodem

Published on
September 14, 2017

Dat de hoeveelheid organische stof in de bodem de vruchtbaarheid en dus de opbrengst bepaalt, blijkt toch anders te liggen. Onderzoek van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) wijst dat uit. Waar het voor het klimaat goed is om meer organische stof – de C van CO2 – in de bodem te stoppen, heeft een boer daar pas wat aan als hij verder kijkt dan hoeveelheden alleen. NIOO-onderzoeker Stijn van Gils promoveert vandaag op dit onderzoek bij Wageningen University.

Organische stof is belangrijk in de landbouw. Het zit vol voedingsstoffen die essentieel zijn voor plantengroei, verbetert de bodemstructuur en heeft ook nog andere positieve effecten. Vrijwel iedereen nam eigenlijk aan dat meer organische stof in de grond ‘automatisch’ voor een grotere oogst zorgt. Onderzoek bij het NIOO bewijst nu dat het toch anders in elkaar zit. “Oppervlakkig bekeken werkt het zo bij sterk verschillende akkers, maar als je in detail kijkt niet.”

Vergeleken Van Gils en collega’s velden uit heel Europa met elkaar of onderzochten ze het in een kas, dan had de hoeveelheid organische stof een positief effect. Maar bekeken ze paren landbouwpercelen van één met laag en één met hoog percentage organische stof, en verder heel vergelijkbaar – dan vonden ze geen consequente verschillen in de opbrengst van het gewas. Van Gils: “In de agrarische praktijk zie ik die verschillen niet terug in de oogst.”

Geen win-win

Voor beleidsmakers betekent de studie dat meer organische stof niet automatisch een win-win-situatie voor klimaat en landbouw oplevert. De NIOO-onderzoekers denken dat het percentage organische stof een veel te ruime maat is om duidelijk iets te zeggen over de oogst. “Als het gaat om het vastleggen van CO2, maak dat niet uit,” zegt van Gils, “maar voor de vruchtbaarheid waarschijnlijk wel.”

“Als je voor wereldwijd klimaatbeleid meer organische stof in de bodem gaat stoppen, let dan niet alleen op de hoeveelheid maar ook op de kwaliteit,” stelt onderzoeksleider Wim van der Putten. Hier kunnen beleidsmakers, en boeren, vanaf nu rekening mee houden. Hoe die kwaliteit er precies uit moet zien, wordt op dit moment onderzocht in het nieuwe project Vital Soils. “Het heeft zeer waarschijnlijk te maken met de verhouding van makkelijk en moeilijk afbreekbare organische resten in de bodem.” Dat heeft gelijktijdig invloed op chemie, bodemleven en structuur. “Deze hebben een interessante driehoeksverhouding in de bodem.”

Duurzaam vergroten

Het promotie-onderzoek waar Van Gils vandaag op promoveert maakt deel uit van een groot EU-project in Nederland, Zweden, Engeland, Duitsland, Polen, Hongarije en Italië. Het onderwerp is: hoe beïnvloedt organische stof de plantengroei èn de insecten op de plant. Van Gils: “Als we begrijpen hoe de interacties tussen het boven- en het ondergrondse precies werken in de landbouw, dan kunnen we die kennis gebruiken om de oogst op een duurzame manier te vergroten.”