dossier ammoniak

Dossier

Ammoniak

Nederland produceert veel melk, eieren, kaas en vlees. Dat gebeurt in veehouderijen. Koeien, varkens en kippen produceren mest. Eén van de stoffen die vrijkomen uit mest, is ammoniak. Ammoniak kan in hoge concentraties schadelijk zijn voor mens, dier en milieu. Daarom doet Wageningen University & Research onderzoek naar de uitstoot van ammoniak (emissie), en naar de concentratie van ammoniak in de lucht. Hieronder lees je meer over ammoniak.

Veelgestelde vragen over ammoniak

Wat is ammoniak?

Ammoniak is een sterk ruikend gas; een verbinding van waterstof en stikstof (NH3), die aanwezig is in mest als afbraakproduct van de consumptie van eiwit. Ammoniak komt in belangrijke mate vrij in stallen en bij het uitrijden van mest. Ammoniak zelf is niet zuur, maar basisch. Nadat het echter vanuit de lucht is afgezet op de bodem (depositie), wordt het daar door bacteriën omgezet in nitraat (nitrificatie) of door planten opgenomen als ammonium. Beide processen werken verzurend. Bij hoge concentraties in de lucht is ammoniak schadelijk voor planten. Bovendien vormt ammoniak bij hoge concentraties één van de oorzaken van de stank die aan mest verbonden is.

Wat zijn de schadelijke effecten van ammoniak?

Een teveel aan ammoniak schaadt het milieu. De huidige overmaat aan ammoniak in het milieu is voor 90 procent uit de landbouw afkomstig. Meer dan de helft van de verzuring in Nederland komt door de uitstoot van ammoniak. Daarnaast leidt ammoniak tot vermesting. Deze vermesting vindt ook plaats op het land. Planten die goed gedijen op stikstofrijke gronden, zoals gras en brandnetels, krijgen de overhand terwijl planten die op schrale gronden groeien, verdwijnen.

Hoe kunnen we de ammoniakemissie omlaag brengen?

Drijfmest, de mix van vaste mest en urine, is de belangrijkste bron van ammoniak. Sinds eind twintigste eeuw heeft de veehouderij in Nederland inspanningen geleverd om de milieubelasting door onder andere ammoniak terug te dringen. Zo is er de verplichting gekomen lucht te zuiveren voor ze de stal verlaat (bijv. met luchtwassers) en wordt drijfmest vrijwel overal alleen nog in de bodem gebracht of in stroken tussen het gras toegediend (en dus niet meer breedwerpig óp de bodem toegediend). Ook door het gebruik van speciale afgesloten mestsilo's wordt de uitstoot beperkt. Bovendien helpt het als vee in de wei staat (weidegang), want mest in de wei zorgt voor veel minder ammoniak dan mest die op stal wordt uitgescheiden. Van 1980 tot 2003 is de ammoniakuitstoot uit dierlijke mest dankzij voorgeschreven maatregelen met ruim een kwart gedaald. Ondernemers met een bedrijf dat dicht bij een kwetsbaar gebied ligt worden met financiële middelen gestimuleerd hun bedrijf te verplaatsen. Ook is er een beleid dat vestiging van bedrijven alleen nog toestaat in aangewezen concentratiegebieden. De verdere vermindering in emissies lijkt echter de laatste jaren te stagneren.

Op welke manier wordt ammoniakemissie en -concentratie gemeten?

Wageningen University & Research voert emissiemetingen uit  bij stallen en mestaanwending op een aantal plekken in Nederland, waar d.m.v. monsters (in de stal, de buitenlucht en bodem) wordt gemeten wat de ammoniakemissie (uitstoot) is. Van deze resultaten worden de emissiefactoren afgeleid,  die worden gebruikt voor de berekening van de ammoniakemissie uit de landbouw in heel Nederland. De jaarlijkse berekening van de ammoniakemissie uit de landbouw wordt uitgevoerd door de werkgroep NEMA van de Commissie Deskundigen Mest (CDM), bestaande uit WUR, CBS, RIVM en PBL. Emissieregistratie van RIVM is eindverantwoordelijk voor de rapportage van emissies aan de Europese Commissie (NEC-richtlijn) en Verenigde naties (Gothenborg protocol)

Het RIVM beheert twee meetnetten waar de ammoniakconcentratie in de lucht wordt gemonitord; het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (60 locaties) en Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (8 locaties)

Hoe kan het dat de vermindering van ammoniakconcentratie lijkt te stagneren?

Na een duidelijke afname van de ammoniak concentratie in de lucht sinds de jaren 90 van de vorige eeuw, neemt de concentratie de laatste 10 jaar niet meer af. Het ministerie van Economische Zaken heeft in 2014 de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) de opdracht gegeven om samen met RIVM en Emissieregistratie na te gaan wat mogelijke oorzaken zijn voor het verschil in trends tussen de gemeten en berekende ammoniakconcentraties en de berekende landelijke ammoniakemissie. Dit heeft geleid tot een quick scan en tot een review door prof. Mark Sutton (zie link in rechterkolom).

Professor Mark Sutton concludeerde dat de methoden die Nederland hanteert voor de berekening van de emissie van ammoniak, het meten van de ammoniakconcentraties in de lucht en de modelering van de verspreiding en depositie wetenschappelijk op orde zijn. Wel adviseert de commissie om de lange termijn trends beter in kaart te brengen, met name omdat de reductie van ammoniakconcentratie de laatste jaren lijkt af te nemen en zelfs lijkt te stabiliseren na implementatie van de meest effectieve reductiemaatregelen.

Mogelijk moeten we het aantal meetpunten uitbreiden om een beter beeld te krijgen van de ammoniak concentratie in de lucht, deze kan namelijk erg verschillen per regio. Het weer kan een rol spelen bij concentratiemetingen, mogelijk worden de emissies van varkens- en pluimveehouderijen in de rekenmodellen onderschat, misschien wordt de chemische omzetting van ammoniak in de modellen niet goed weergegeven.  Meerdere factoren kunnen een rol spelen bij het verschil tussen emissie (uitstoot) (die neemt af) en concentratie (die neemt niet meer af). Nader onderzoek dat rekening houdt met bovengenoemde onzekerheidsfactoren, zal hierover meer duidelijkheid moeten verschaffen.

Aan welke regels over ammoniak is de Nederlandse veehouderij gebonden?

De Europese Unie (EU) heeft grenswaarden en streefwaarden voor stoffen in de lucht bepaald. EU-lidstaten mogen de grenswaarden niet overschrijden. Ammoniak, zwaveldioxide en stikstofdioxide zorgen voor verzuring en vermesting. Nederland heeft veel vee, en dus veel mest waaruit ammoniak vrijkomt. Met de National Emission Ceilings (NEC) wordt per land vastgesteld hoeveel ammoniak er maximaal geproduceerd mag worden. Zo proberen we de ammoniakemissie omlaag te brengen. Dat is in Nederland al goed gelukt. Boeren zijn gebonden aan regels m.b.t. aanwenden van mest (emissie-arm) en emissie-arme stallen (oa. luchtwassers). Maar voor sommige kwetsbare natuurgebieden (de ‘natura 2000’ gebieden) is dat niet genoeg. Planten in deze gebieden zijn erg gevoelig voor verzuring. Daarom is er voor die gebieden de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), die ertoe leidt dat de ammoniakemissie in deze gebieden nóg lager is.

Is ammoniak schadelijk voor mensen?

Ja, een teveel aan ammoniak is schadelijk voor mensen. Ammoniak is een bestanddeel van dierlijk mest. Mest heeft een sterke geur waardoor je al bij lage concentraties geurhinder kunt ondervinden. Schadelijke effecten ontstaan pas bij het inademen van veel en hoge concentraties ammoniak, denk hierbij aan irritatie van de ogen en luchtwegen. Luchtwegaandoeningen ontstaan als gevolg van de vorming van fijnstof door het vrijkomen van ammoniak en stikstofdioxide.

Wat is de rol van ammoniak in de stikstofcyclus?

Nederland produceert vlees, zuivel en eieren voor eigen gebruik en voor export. Hier zitten dierlijke eiwitten in, die zijn opgebouwd uit stikstof. Dieren halen die stikstof uit plantaardig voedsel en scheiden een deel van de stikstof ook weer uit in mest. Vervolgens brengt de mens de mest op het land voor de teelt van gewassen. Daarnaast wordt er ook kunstmest gebruikt. Gewassen worden gebruikt om de dieren te voeden. Tijdens dit proces lekt er stikstof weg naar de lucht, zoals ammoniak, lachgas en stikstofgas en naar grond- en oppervlaktewater als nitraat.

De uitstoot van ammoniak naar de lucht noemen we ammoniakemissie. De ammoniakmoleculen die in de lucht zitten slaan ergens anders weer neer op het land, dit heet depositie. Negentig procent van de ammoniakemissie in Nederland  komt uit de landbouw en met name uit mest. Nederland heeft veel vee en dus ook veel mest en ammoniakemissie. Dat is nadelig voor planten in de natuur die niet zoveel stikstof kunnen verwerken. Deze planten verdwijnen uit het ecosysteem. Dit proberen we in Nederland te voorkomen door het nemen van maatregelen in stallen en mestaanwending, maar ook door minder eiwit in het veevoer.


Statement van Wageningen University & Research (24/1/2017)
Enkele kanttekeningen bij onderzoek van Hanekamp et al.

De veldrapporten genoemd in het statement zijn in deze lijst te vinden.

V-focus over ammoniakbeleid (20|1|2017)
Kostbaar ammoniakbeleid in Nederland totaal niet effectief

Uitstoot (emissie) en neerslag (depositie) van ammoniak in de lucht
Uitstoot (emissie) en neerslag (depositie) van ammoniak in de lucht

Publicaties