Dossier

Berengeur

Berengeur is een onaangename geur die kan voorkomen in het vlees van beren (mannelijke varkens) als ze niet gecastreerd zijn. Zo’n dertig tot veertig jaar geleden had 20 tot 30 procent van de ongecastreerde beren daar last van, nu nog ongeveer 3 tot 4 procent. Hoewel dit percentage dus al fors is afgenomen en maar een klein deel van de consumenten berengeur herkent, is het voor de internationale afzetmarkt belangrijk dat berengeur afwezig is.

Veroorzaker berengeur
Het feromoon androstenon is samen met aminozuur-afbraakproducten skatol en indol verantwoordelijk voor berengeur. Deze onaangename geur wordt pas merkbaar bij verhitting van het vlees. Het varken is in de loop der jaren meer bevleesd geworden, met minder spek. In spek komt berengeur vaker voor.

Methoden om berengeur uit te bannen
Wageningen Livestock Research en Wageningen Economic Research voeren in samenwerking met andere Europese bedrijven en kennisinstellingen onderzoek uit naar de meeste effectieve manier om berengeur terug te dringen.

Castratie

Tot voor kort castreerden varkenshouders alle mannetjesbiggen om berengeur tegen te gaan, maar het draagvlak hiervoor neemt af. Castratie is naar voor het dier, hoewel de ingreep onder druk van de supermarkten sinds 2009 verdoofd gebeurt. Ook is het onaangenaam werk voor de varkenshouder en vermindert de productiviteit van de gecastreerde varkens. Niet behandelde varkens groeien dankzij hun mannelijke hormonen harder met dezelfde hoeveelheid eten. Met honderd miljoen mannelijke vleesvarkens per jaar in de EU levert dat een voerbesparing op van dertig miljoen ton, ruwweg 6 euro per varken. Uiterlijk 2015 stopt Nederland met het castreren van biggen, zo hebben partners in de varkensvleesketen in 2007 besloten. In 2009 was in Nederland al het vlees in supermarkten afkomstig van gecastreerde beren. Op 1 januari 2014 lag er geen vlees meer van gecastreerde beren.

Fokprogramma's

Het aantal ongecastreerde beren met berengeur is door fokprogramma’s fors verminderd. De 3 tot 4 procent beren die nog wel een afwijkende geur hebben, komen niet als vers vlees in het schap.

Geurmeesters

Speciaal opgeleide geurmeesters testen elk karkas langs de slachtlijn op berengeur door een stukje vlees met een soldeerbout te branden. Met hun getrainde neus sporen ze berengeur op. Dat vlees komt dan in koude vleeswaren terecht, waar de geur geen probleem is.


Optimale bedrijfsvoering

Ook een optimale bedrijfsvoering kan het aantal gevallen van berengeur verkleinen. Naast een aangepaste voersamenstelling is ook de hygiëne van belang. Dat kan door een goede mestafvoer en droge plekken om te liggen. Stoffen als skatol en indol zitten in de mest en kunnen via de huid in het vlees komen.

Gerelateerde projecten

Publicaties

Nederlandstalige publicaties

Engelstalige publicaties