Dierproeven

Dossier

Dierproeven

Wageningen University & Research zet voor zijn onderzoek experimenten in waarbij proefdieren betrokken zijn. Volgens de wet gaan dierproeven over gewervelde dieren, maar bij diverse experimenten wordt ook gewerkt met ongewervelde dieren zoals bijen en muggen.

Dierproeven worden alleen ingezet bij een duidelijk omschreven doel waarvoor geen proefdierloze alternatieven zijn. Zo is het door de overheid verplicht gesteld om medicijnen eerst te testen op proefdieren. Hierbij wordt het welzijn van dieren zoveel mogelijk wordt gewaarborgd. Een dierproef mag pas worden uitgevoerd wanneer de Dierexperimentencommissies daarover een positief advies heeft gegeven. Hierbij wordt de wet op dierproeven nauw gevolgd. Wageningen University & Research werkt daarmee aan een zorgvuldige inzet van dierproeven.

Staatssecretaris Dijksma van het ministerie van Economische Zaken heeft het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad) en de Centrale Commissie Dierproeven (CCD) geïnstalleerd. Deze twee nieuwe organisaties gaan bijdragen aan het (verbeteren van) welzijn van proefdieren in Nederland. De organisaties komen voort uit de bepalingen van de Europese Richtlijn 2010/63/EU die betrekking heeft op dierproeven in wetenschappelijk onderzoek. Met de herziene Wet op de dierproeven (Wod) is die richtlijn op 18 december 2014 in onze nationale wetgeving opgenomen.  

Transparantie

Met de onderschrijving van de code openheid dierproeven van de VSNU heeft Wageningen University & Research zich met alle onderdelen gecommiteerd aan bovenwettelijke regels. De Code betekent dat een wetenschappelijke organisatie zich inzet voor een niet vrijblijvende openheid en dialoog over dierproeven en dat ze belanghebbenden en belangstellenden deelgenoot maakt van de dilemma’s. Wageningen University & Research werkt daarin samen met andere universiteiten en stichting Proefdiervrij.

Hoeveel en waarom

Er zijn in 2013 in totaal 48.194 dieren betrokken bij het onderzoek. Dit betrof 8.814 vissen, 15.672 kippen, 1808 varkens en 19191 knaagdieren.

Proefdieren worden ingezet om:

  • medicijnen te ontwikkelen
  • te testen of producten/medicijnen veilig zijn en werken voor mens en dier
  • het ontstaan van ziektes te onderzoeken

Er wordt daarbij gestreefd naar minimaal proefdiergebruik. Is een proefdier onontkoombaar dan wordt er naar gestreefd om zo min mogelijk proefdieren in te zetten en met een zodanige opzet dat het ongemak voor het dier het minst is. Daarnaast zijn dieren ook nodig voor het valideren van onderzoek voor verminderen, vervangen en verfijnen van dierproeven.

Voorbeelden van de inzet van proefdieren:

Vermindering van vetopstapeling in de lever

Veel onderzoek geschiedt bij mensen maar NALFD (non-alcoholic fatty liver disease) kan alleen uitgevoerd worden bij dieren. De lever is een moeilijk toegankelijk orgaan bij de mens. Om toch te begrijpen welke processen en specifieke genen invloed hebben op de opslag van vet in de lever worden proefdieren gebruikt als model voor de mens

Botulismediagnostiek

Botulisme kan voedselvergiftiging veroorzaken met dodelijke afloop, maar is Nederland gelukkig zeldzaam. Het Wageningen Bioveterinary Research is het enige laboratorium in Nederland waar botulisme wordt getest en krijgt dus veel materiaal ingestuurd om te testen. Er wordt veel onderzoek gedaan naar het inzetten van alternatieve testen zonder proefdieren. Onderzoek op dit vlak in Europees verband heeft geresulteerd in het inzetten van een alternatieve test waardoor het gebruik van muizen met 75% is gedaald.


Duurzaamheid in aquacultuur

Vis is een belangrijke eiwitbron voor mensen wereldwijd. Meer vis uit visserij is moeilijk haalbaar, maar wel nodig met de groeiende wereldbevolking. Wageningen bestudeert daarom de teelt van vis (aquacultuur) om het duurzaam en efficient houden en telen van vis te bevorderen.