duurzaam onkruidbeheer

Dossier

Duurzaam onkruidbeheer op verhardingen

Onkruidbestrijding op verhardingen vraagt veel aandacht. Veel groen tussen tegels of klinkers is nadelig voor de toegankelijk¬heid, de veiligheid en het roept ook irritaties op bij bewoners die zich ergeren aan de vervuiling van hun woonomgeving. Veel gemeenten, woningbouwcorporaties en bedrijven worstelen met de vraag hoe onkruidgroei op een verantwoorde wijze binnen de gestelde normen kan worden gehouden

In Nederland kennen we sinds 2005 het DOB-systeem. DOB staat voor Duurzaam OnkruidBeheer op verhardingen. Binnen DOB kan men kiezen voor verschillende onkruid-be¬strij¬dings¬methoden zoals mechanisch, thermisch of chemisch, mits wettelijk toege¬staan, aantoonbaar effectief en milieu¬verantwoord. DOB criteria voor inzet van deze methoden zijn gebaseerd op kennis van effectiviteit, milieueffecten en kosten. Kiest men voor chemische onkruidbestrij¬ding dan gelden extra regels die de afspoeling van middel naar het oppervlaktewater moeten tegengaan. Voor professionele toepassers is het sinds enkele jaren verplicht te werken volgens de DOB richtlijnen. De DOB methode levert een bijdrage aan het realiseren en behouden van een goede waterkwaliteit. Gezien de tegenstel¬lingen die er momenteel zijn over glyfosaat gebruik op verhardingen, maar ook de innovaties sinds 2005, is de tijd rijp voor DOB 2.0.
DOB 2.0 biedt een alternatief voor een totaal verbod op het gebruik van glyfosaat op verhardingen. De aangescherpte DOB 2.0 richtlijnen voldoen aan de Ctgb watercriteria, scoren het beste wat milieurendement betreft en de kostenstijging voor gemeenten is verwaarloosbaar. DOB 2.0 laat ook ruimte voor gezonde marktwerking op het gebied van R&D en innovaties, zowel nationaal als internationaal.

Wat ging eraan vooraf?

Er  is al geruime tijd een discussie gaande over het wel of niet toestaan van chemische onkruid¬bestrijding op verhardingen. In september 2011 heeft Tweede Kamer lid Rik Grashoff van GroenLinks een motie ingediend voor een verbod van het gebruik van glyfosaat houdende middelen voor niet commercieel gebruik. Deze motie is door de Tweede Kamer aangenomen.
Staatssecretaris Atsma van milieu (nu demissionair) heeft in zijn reactie naar de Tweede Kamer aangegeven dat hij de motie Grashoff gaat uitvoeren. De Staatssecretaris richt zich op een verbod over enkele jaren, rekening houdend met afschrijvings¬termij¬nen en een overgangstermijn die gemeenten en andere terreinbeheerders in staat stellen de overstap naar niet-chemisch beheer te maken. Een verbod op glyfosaat op korte termijn is dus niet aan de orde. Ook wil de staats¬secre¬taris ruimte laten voor gevallen waarin chemisch beheer technisch onvermijdelijk is, bijvoorbeeld de bestrijding van invasie soorten. De uitwerking van de motie zal meegenomen bij de invulling van het Nationaal Actie Plan Duurzame Gewasbescherming (NAP) opstellen.

Nationaal Actieplan (NAP)

Het NAP is de Nederlandse uitwerking van de EU-richtlijn duurzaam gebruik van pesticiden. Elke lidstaat moet aangeven hoe zij invulling geeft aan duur¬zaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Belangrijke punten in de richtlijn zijn geïntegreerde gewasbe¬scher¬ming en bescherming van kwetsbare bevolkingsgroepen. Het zwaartepunt ligt bij de land- en tuinbouw maar ook de sector niet-landbouw komt hierbij aan de orde. Onder ‘niet-landbouw’ wordt verstaan: niet-professioneel (‘particulier’) en professioneel gebruik van bestrijdingsmiddelen op verhardingen, op sport- en recreatieterreinen en overige terreinen.

De NAP werkgroep ‘niet-landbouw’ heeft de overheid van advies voorzien m.b.t. de invulling van de Richtlijn. Echter, de discussie tussen de betrokken organisaties is na het aannemen van de motie Grashoff volledig gepolariseerd langs de lijn voor of tegen gebruik van gewasbeschermings¬mid¬delen. Een goede onderbouwing van keuzes en afweging van de consequenties is daardoor groten¬deels uit beeld geraakt. Binnen de werkgroep is verschil van inzicht blijven bestaan met betrekking tot de wenselijkheid van een verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op verhardingen in de openbare ruimte.

Wel of geen verbod glyfosaat

Een aantal partijen binnen de werkgroep pleiten, in het verlengde van de motie Grashoff, voor een afbouw van chemische onkruidbestrijding in de openbare ruimte met een overgangstermijn van een aantal jaren. Dit moet uiteindelijk leiden tot volledig chemievrij beheer in de openbare ruimte, behoudens enkele specifieke uitzonderingen zoals de bestrijding van (invasieve) exoten.
Een volledig verbod op het gebruik van glyfosaat in de niet-landbouw sector heeft de nodige consequenties:

  • Omschakeling naar volledig niet-chemisch onkruidbeheer leidt tot minder afspoeling van middel naar het oppervlaktewater, maar andere milieueffecten zullen toenemen Uit recent onderzoek van Plant Research International van Wageningen UR en IVAM van de Universiteit van Amsterdam naar de milieueffecten van de meest gangbare onkruidbestrij¬dings¬technieken op verhardingen blijkt dat zorgvuldig chemiegebruik vanuit milieuoogpunt beter scoort dan niet-chemische technieken zoals branden, borstelen, hete lucht en heet water (zie rapport ‘LCA-quickscan vergelijking onkruidbestrijdingsmethoden’).
  • Doorvertaling van bestaande kostencijfers (CROW publicatie 258, Onkruidbeheer op Verhardingen) laat zien dat voor gemeenten en bedrijven de kosten van onkruidbeheer op verhardingen als gevolg van het verbod met circa 100 M€ per jaar zullen toenemen;
  • Door alle inspanningen van de afgelopen jaren en aanpassingen in de regelgeving zijn de knelpunten ten aanzien van de drinkwatervoorziening aanzienlijk afgenomen;
  • Beheerders en uitvoerders vragen al jaren om heldere regels voor de langere termijn. De huidige lijn veranderen, door een verbod af te kondigen zal leiden tot veel onbegrip, frustratie en desinvesteringen. 

Aansluitend op de doelstelling van het NAP en de te verwachten consequenties zijn er  binnen de NAP werkgroep ‘niet-landbouw’ partijen (waaronder PRI) die pleiten voor behoud van het ingezette DOB-beleid met extra inzet op verbreding en versterking van geïntegreerde gewasbescherming langs de lijn:

  • Meer inzet op preventie, verbreding en versterking van een geïntegreerde aanpak bij professioneel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en niet-chemische methoden in de sector ‘niet-landbouw’;
  • Koppel milieudoelstellingen (plafond) aan bestekken voor (onkruid)beheer terreinen. Dit kan via een uitbreiding van de LCA doorrekeningen die voor verhardingen bekend zijn;
  • Vul te beschermen gebieden verder in, zoals grondwaterbeschermingsgebieden. De EU-richtlijn vraagt specifiek om beschermingszones om verblijfplaatsen van zwakkeren in de maatschappij (rondom scholen, verzorgingshuizen, etc.);
  • DOB 2.0 biedt een mogelijkheid om uit de huidige impasse te komen. De geïntegreerde DOB aanpak scoort goed wat kosteneffectiviteit en milieurendement betreft en houdt rekening met te beschermen gebieden, zoals rond drinkwaterinname¬punten en grondwaterbeschermingsgebieden.