Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

Dossier

Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

De Europese subsidies aan boeren gaan op de schop. De financiële ondersteuning voor agrarische productie wordt na 2013 vergroend. Voor duurzame agrarische productie en ‘groene activiteiten’, zoals natuurbeheer, wordt meer gemeenschapsgeld beschikbaar gemaakt. Andere subsidies aan agrariërs worden juist flink teruggeschroefd. Wageningen University & Research onderzoekt welke consequenties deze hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid heeft op het inkomen van landbouwers, de voedselprijzen, de wereldmarkt en de natuur. Wageningse onderzoekers denken ook mee over de nationale invulling van het Europese Gemeenschappelijke Landbouwbeleid.

Vergroening

Vergroening van de directe inkomensondersteuning is de voornaamste wijziging in het GLB. EU-lidstaten hebben enige vrijheid in hoe ze aan die vergroening invulling willen geven. over die invulling wordt nog gedebatteerd. Waar veel over te doen is, is de regel om boeren te verplichten zeven procent van hun areaal ecologisch te beheren. Over hoe die regel uitpakt, schreven onderzoekers van Wageningen University & Research onder meer het rapport Vergroening van het GLB door Ecological Focus Area’s.

Inkomens boeren

Nederlandse zetmeelaardappeltelers en vleeskalverenhouders verliezen gemiddeld tienduizenden euro’s inkomenstoeslag per jaar als gevolg van de voorgestelde veranderingen in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), blijkt onder meer uit onderzoek van Wageningen Economic Research. Akkerbouwer en tuinbouwers gaan er gemiddeld juist licht op vooruit. En ook boeren in andere Europese landen, met name Oost-Europa, profiteren juist enorm van de hervorming van het GLB.

De financiële consequenties van verschillende mogelijke beleidskeuzes zijn in opdracht van het ministerie van Economische Zaken met elkaar vergeleken. Daarover zijn meerdere rapporten verschenen, waaronder GLB-hervorming 2014 - Effecten van toeslagvarianten voor de Nederlandse landbouw. In het nieuwsbericht dat dit rapport begeleide, Ander toeslagenstelsel EU brengt forse veranderingen voor agrarische bedrijven, zijn de belangrijkste conclusies uit het rapport opgenomen.

Aanpassing bedrijfsvoering

Agrariërs die hun inkomsten – fors – zien teruglopen, gebruiken vaak het instrument ‘schaalvergroting’ om het verlies in inkomen te compenseren. De Europese Commissie streeft met veranderingen in het beleid echter niet naar hogere productie, maar naar vergroening. Boeren die groene activiteiten ondernemen, zoals landschapsbeheer, wateropslag of het runnen van een camping, worden daarvoor beloond. Wageningen University & Research publiceerde meerdere onderzoeksrapporten over de mogelijkheden die agrariërs hebben om zich aan te passen aan het nieuwe beleid, zoals Meer groei dan vergroening en Vermaatschappelijking van het GLB. Daaruit blijkt onder meer dat veel agrariërs (nog) niet zijn voorbereid op de nieuwe taken die van hen verwacht worden. Niet iedere akkerbouwer of veehouder ziet er heil in om campinggasten op het boerenbedrijf te ontvangen of aan natuurbeheer te doen. Overschakelen op productie van biologische producten of streekproducten, die meer geld opleveren, is ook maar voor een heel klein deel weggelegd. Die markt is immers beperkt.

Beleid verandert continu

In september 2013 bereikten de Europese Commissie (EC), de Raad en het Europees Parlement (EP) een politiek akkoord over de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Het is de eerste keer, sinds het Verdrag van Lissabon, dat het EP volledig heeft mee besloten over de herziening van het landbouwbeleid. Voorheen had het EP op het gebied van het gemeenschappelijk landbouwbeleid enkel een adviserende rol.

Inkomensondersteuning 

De herziening van het GLB betreft vooral de eerste pijler, die zich richt op inkomensondersteuning. Kern van de herziening is dat de bedrijfstoeslagen die nu nog variëren in hoogte per boer, meer gelijk worden getrokken. In principe moeten deze toeslagen per regio per 1 januari 2019 gelijk zijn. Daarnaast moeten de boeren die voor de toeslagen in aanmerking willen komen, één of meer vergroeningsmaatregelen toepassen op hun bedrijf.

Plattelandsbeleid

De tweede pijler, het plattelandsbeleid, is in de kern grotendeels ongewijzigd. De herziening van het GLB gaat per 1 januari 2014 in voor de tweede pijler, een jaar later volgt de eerste pijler.

De Landbouwministers van de 27 lidstaten van de Europese Unie bereikten op 19 maart 2013 een overeenkomst over het landbouwbeleid. "Daarmee is een grote stap gezet op weg naar een groenere, innovatievere en duurzamere landbouw", zo schrijft het Nederlandse ministerie van Economische Zaken op haar website. 

Landbouwbeleid na WO2

De nieuwe koers van de EU komt niet uit de lucht vallen. Toen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid werd opgezet, na de Tweede Wereldoorlog, was het doel voornamelijk om voedseltekorten in de toekomst te voorkomen. Dat beleid was zo succesvol dat er binnen een aantal decennia onder meer melkplassen, boterbergen en wijnplassen ontstonden; de productie was hoger dan de vraag naar die producten. De overschotten en daarmee samenhangende verspilling stuitten op maatschappelijk verzet. Bovendien wilde de maatschappij dat boeren ook aandacht hadden voor natuurbeheer, landschap en recreatie. Het beleid volgt die maatschappelijke wens en is dus continu aan verandering onderhevig. 

Wageningen University & Research houdt die veranderingen scherp in de gaten en rapporteert daar geregeld over aan de Nederlandse overheid. Wageningen Economic Research heeft een GLB-dossier op haar website staan. Onderzoek van het Wageningen Economic Research is uitgesplitst in vier onderwerpen:

Plattelandsbeleid

Het GLB bestaat uit twee pijlers: markt- en inkomensbeleid en plattelandsbeleid. Aan het plattelandsbeleid, gericht op het leefbaar houden van het platteland (in brede zin), verandert de komende jaren niet zo heel veel.

Sociaaleconomische aspecten GLB

De Europese Commissie heeft het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) aangepast. De afhankelijkheid van inkomenssteun wordt verminderd en betalingen worden gekoppeld aan grond en aan speciale doelen, zoals vergroening. Voor wat betreft het plattelandsbeleid zal in Nederland de rol van collectieven van agrariërs belangrijk gaan worden. Het nieuwe GLB gaat op 1 januari 2014 in en loopt tot 2020. Niet alles wijzigt in één keer en zeker 2014 is nog een overgangsjaar.. Hervorming van het GLB is noodzakelijk om de uitdagingen op het gebied van concurrentiepositie, voedselveiligheid, klimaatverandering, milieu en levenskwaliteit op het platteland het hoofd te bieden.

Markt- en inkomensbeleid (eerste pijler)

Het GLB bestaat uit twee pijlers. Pijler één omvat het klassieke markt- en prijsbeleid, van oudsher gericht op het ondersteunen van de inkomens in de landbouw. Dit beleid heeft betrekking op belangrijke producten als granen, suiker, zuivel, wijn en olijven.

Sinds de Mac Sharry-hervorming in 1992 is het beleid van de eerste pijler meerdere keren veranderd. Dit was nodig om interne redenen (zoals toenemende overschotten van diverse landbouwproducten) en externe redenen (zoals klachten van belangrijke handelspartners). Zo veranderde het markt- en prijsbeleid in een markt- en inkomensbeleid, waarin de landbouwmarkten vrijer worden gelaten en niet langer de prijs maar een  ontkoppelde toeslag het belangrijkste middel is om het boereninkomen te ondersteunen.

Plattelandsbeleid (tweede pijler)

De tweede pijler van het GLB omvat het zogenaamde plattelandsbeleid. Het gaat om maatregelen van lidstaten die de concurrentiekracht van de landbouw moeten versterken, het milieu en landschap verbeteren of de leefkwaliteit op het platteland bevorderen. 

Meer sociaal economische informatie over het GLB

Links