Persbericht

Input discussie Gemeenschappelijk Landbouwbeleid na 2020

Gepubliceerd op
23 mei 2016

Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) wordt na 2020 mogelijk opnieuw vormgegeven. Om de strategische discussie over de hervorming van het GLB te voeden, heeft het ministerie van Economische Zaken het LEI verzocht een verkennende studie uit te voeren naar mogelijke scenario’s en beleidsopties voor het GLB na 2020. Deze studie bevat suggesties voor de inrichting van het GLB, die dienen als input voor de maatschappelijke (online) discussie. Ook geeft de studie een overzicht van mogelijke doelen voor het GLB. Naast onder meer voedselzekerheid, milieu en klimaat, gaat het daarbij ook om mogelijke nieuwe doelen zoals volksgezondheid.

De centrale gedachte in deze studie is dat de (nieuwe) doelstellingen van het GLB aan drie domeinen worden gekoppeld met elk een eigen budget. Deze drie domeinen zijn gebaseerd op de drie P’s: People, Planet, Profit. Ook is belangrijk dat het GLB flexibel kan inspelen op verschillende toekomstige ontwikkelingen.

Voedselzekerheid, risicomanagement en inkomensondersteuning

Domein A (profit) omvat de GLB-doelstellingen voedselzekerheid, risicomanagement en inkomensondersteuning voor agrarische ondernemers. Momenteel ontvangen agrarische ondernemers in de EU een grondgebonden toeslag. In de vingeroefening van het LEI wordt uitgegaan van regionaal vastgestelde persoonsgebonden inkomenstoeslagen voor agrariërs. Verder wordt een financieel vangnet, een fonds, voorgesteld in het geval van bijvoorbeeld misoogsten, en worden subsidies voor risicomanagement gehandhaafd, bijvoorbeeld in de vorm van verzekeringen.

Natuur, milieu, biodiversiteit en klimaatverandering

Domein B (planet) omvat de GLB-doelstellingen op het gebied van natuur, milieu, biodiversiteit en klimaatverandering. Als instrumenten voor domein B, stelt het LEI voor agrarisch ondernemers extra te betalen voor duurzaamheidsprestaties aanvullend op wetgeving op het gebied van natuur, volksgezondheid en dierenwelzijn. Denk bijvoorbeeld aan vrijwillige vermindering van het gebruik van antibiotica. Om de administratieve lasten te verminderen en ook de industrie een prikkel te geven meer verantwoordelijkheid te nemen voor duurzaamheid en redelijke inkomens van boeren, zouden de betalingen gekoppeld kunnen worden aan ’duurzaamheidsprogramma’s van de industrie of regionale overheid. Ook zou binnen dit domein de overheid voorlichting kunnen ondersteunen om consumenten te stimuleren meer plantaardige producten te consumeren dan dierlijke en zo een begin te maken met een Europees voedselbeleid.

Leefbaar platteland, innovatie en werkgelegenheid

Het realiseren van een leefbaar platteland, en het stimuleren van innovatie en werkgelegenheid in de agrosector vindt plaats in domein C (people). De overheid kan dit stimuleren door investeringssubsidies en toegepaste regelingen via Europese programma’s zoals het EIP te introduceren. Ook zouden ondernemers toegang moeten krijgen tot subsidies en regelingen om het bedrijf meerdere functies te geven (multifunctionele landbouw). Dit versterkt doorgaans de band met de omgeving en heeft een positief effect op het imago van de sector.

Vraagstuk: landbouwbeleid overgaan in voedselbeleid

Deze studie kent een aantal begrenzingen. Zo gaat zij nog maar beperkt in op het vraagstuk of landbouwbeleid zou moeten overgaan in een voedselbeleid, een discussie die in Nederland is aangezwengeld door de WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) maar in Europa nog maar net start. Ook is niet gekeken naar de omvang en mogelijke kortingen van het EU-budget en de effecten op het GLB. Samenvattend, het rapport schetst trends en ontwikkelingen die van belang zijn voor het GLB na 2020 en biedt het daarmee voeding voor een strategische discussie in Nederland over de toekomst van het GLB.