Nieuwe methode voor betere inschatting van niet-gerapporteerde visvangst

Nieuws

Nieuwe methode voor betere inschatting van niet-gerapporteerde visvangst

Gepubliceerd op
26 september 2017

Onderzoekers van Wageningen University & Research (WUR) hebben in samenwerking met de Bogor Agricultural University een methode ontwikkeld om de omvang van niet-gerapporteerde visvangst beter in kaart te brengen. Ze schatten dat de vangst van kleine en middelgrote visvaartuigen in de tweede grootste tonijn haven in Indonesië, in het noorden van Sulawesi zo’n 33 tot 38 procent hoger ligt dan de officiële statistieken nu aantonen. Dit wordt veroorzaakt door het niet of foutief rapporteren van jonge tonijn-vangst en doordat vangst wordt gebruikt als aas of voor eigen consumptie.

Het team identificeerde en kwantificeerde factoren van onzekerheid in de rapportage van vangsten en visserijinspanning van de tonijnvisserij in Indonesië, waar de onderschatting van vangst en inspanning ondanks eerdere verbeteringen een groot probleem blijft. Met financiële ondersteuning van WUR’s BESTTuna-programma onderzochten zij kleinschalige en middelgrote tonijnvisserijen in oceaan-vissershaven OFP Bitung, de grootste tonijnproducent van de provincie Noord-Sulawesi. Volgens de onderzoekers kan hun methode, die bestaat uit het het kwantificeren van niet-gerapporteerde vangst en het opschalen van survey-resultaten naar het niveau van de haven, bijdragen aan het plan van het Indonesische Ministerie van Marinezaken en Visserij om een visquotum te implementeren. Het onderzoeksteam beveelt het Ministerie aan om bij het documenteren van niet-gerapporteerde vangst aandacht te besteden aan het type visserij en de omvang ervan.

Schattingen werden gebaseerd op literatuuronderzoek, expert-interviews, een veldsurvey onder 40 kleinschalige en middelgrote vissers binnen OFP Bitung en een database-analyse van door de haven beschikbaar gestelde logboek- en vergunningsverlening-gegevens. Vier factoren van onzekerheid werden onderscheiden: niet-gerapporteerde vangst van jonge tonijn, consumptie aan boord, consumptie thuis en vangst gebruikt als aas. Deze factoren werden onderzocht per type visserij. Vervolgens werden inschattingen gemaakt op het niveau van de haven over de omvang van niet-gerapporteerde tonijnvangst.

Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat ringzegenvisserij in totaal de grootste hoeveelheid niet-gerapporteerde vangst heeft per trip, gevolgd door langelijnvisserij, pole-and-line visserij en handlijn-visserijen. Jonge tonijn vormt de grootste bron van niet-gerapporteerde vangst onder alle typen visserij; bij de ringzegenvisserij wordt deze bijvoorbeeld geschat op 3100 tot 3400 kg per trip. De consumptie van vis aan boord is het hoogst in langelijnvisserij vanwege langdurige trips. Vooral pole-and-line vissers blijken vis mee naar huis te nemen voor consumptie.

Onderschatting van visvangst vormt een wereldwijd probleem. In de periode 1980-2003 werden verliezen geschat op 11-26 miljoen ton per jaar. Gebrek aan duidelijkheid over visvangst zorgt voor onzekere schattingen van vissensterfte, visvoorraden en de gevolgen van visserij op het ecosysteem. Verbetering in monitoring en registratie is dan ook nodig om tonijnvisserij te beschermen.