Project

Pinda-allergie onder de loep

Over de invloed van de voedselmatrix (eiwitten, koolhydraten en vetten) en voedselbewerking op de allergeniciteit van pinda-eiwitten is nog maar weinig bekend. Hoe werkt deze allergeniciteit op celniveau? De leerstoelgroep Celbiologie en Immunulogie van Wageningne University doet hier onderzoek naar.

Mensen met een pinda-allergie kunnen zeer heftig reageren op pindaproducten en ernstige ziekteverschijnselen vertonen. De leerstoelgroep Celbiologie en Immunulogie van de Wageningen University onderzoekt daarom hoe de allergeniciteit op celniveau werkt. Dit kan belangrijke input opleveren voor voorspellende modellen en diagnostische testen.

Hoe reageert iemand op eiwitten?

Bepaalde eiwitten (allergenen) in het voedsel kunnen allergische reacties veroorzaken bij mensen. Deze reacties, zoals bij een pinda-allergie, kunnen zeer heftig zijn en zelfs een dodelijke afloop hebben. Er is een grote behoefte aan methoden waarmee de mate van allergeniciteit van eiwitten kan worden voorspeld. Bovendien is nog te weinig bekend over eigenschappen die een dergelijke voorspelling mogelijk moeten maken.

Het voorspellen door bijvoorbeeld een diagnostische test bij iemand met voedselallergie, kan in de praktijk heel waardevol zijn. Dan is een zogeheten provocatietest niet meer nodig om te zien of en hoe sterk iemand reageert op blootstelling aan bijvoorbeeld pinda’s. De structuren van eiwitten die voedselallergie veroorzaken kunnen zeer verschillend zijn. Het ene eiwit blijft tijdens de vertering stabieler dan het andere, bovendien maakt de aanwezigheid daarvan in een voedselmatrix het voorspellen van de allergeniciteit extra complex.

Allergeniciteit

In dit onderzoek wordt nagegaan in hoeverre de voedselmatrix (eiwitten, koolhydraten en vetten), de verteringsprocessen en verschillende manieren van voedselbewerking de allergeniciteit van pinda-eiwitten beïnvloeden. Hierbij wordt uit rauwe pinda’s eiwitten geïsoleerd en voorbewerkt door middel van koken of roosteren. Vervolgens wordt het spijsverteringsproces nagebootst om de veranderingen van de eiwitten op cellulair niveau te kunnen bestuderen. Op deze manier wordt dan bepaald hoeveel allergenen aanwezig is in het pinda-extract (allergeniciteit).

Soja

In een later stadium zal ook de mate van allergeniciteit van soja-eiwitten worden bestudeerd. Daarover is veel minder bekend dan bij pinda’s. Sojaproducten worden veel gebruikt in de voedingsindustrie, bijvoorbeeld als eiwitvulmiddel. Allergische reacties op soja-eiwitten zijn meestal minder heftig dan bij pinda’s en komen vooral voor bij jonge kinderen met eczeem. Zij groeien meestal over de allergie heen na 1 to 2 jaar geen soja meer gegeten te hebben. Pinda-allergie is echter meestal veel heftiger en langduriger. Pinda’s en soja zijn beide peulvruchten. De meeste mensen met een soja-allergie kunnen wel pinda’s verdragen. Daarom is het interessant om verwantschappen en het effect van de eiwitten in zowel soja als pinda’s te bestuderen.

EuroPrevall

Het onderzoek maakt deel uit van het grootschalige EuroPrevall-project van de EU. EuroPrevall heeft als hoofddoel om de levenskwaliteit van mensen met voedselallergie te verbeteren door middel van het doen van onderzoek en het ontwikkelen van diagnostische en voorspellende methoden. De 63 partners zijn klinische organisaties, zes ondernemingen en de leidende allergieonderzoeksorganisaties van Europa. Ze zijn afkomstig uit zeventien EU-lidstaten, Zwitserland, IJsland en Ghana. Inmiddels doen ook partners uit Nieuw Zeeland, Australië, Rusland, India en China mee.

Links: