Geïntegreerde onkruidbestrijding

Minimaal gebruik van gewasbescherming is belangrijk voor beperken van gewasgroei, grond- en oppervlaktewaterkwaliteit, nuttige insecten en een ongestoord en actief bodemleven

Geïntegreerde onkruidbestrijding in mais

Wiedeg.JPG

Bij het bestrijden van onkruid in maïs werken we volgens de ADS methode (Aangepast Dosering Systeem) in combinatie met mechanische onkruidbestrijding.
Kort voor het zaaien ploegen en vijf dagen daarna voor het eerst wiedeggen (de maïs is inmiddels gezaaid). Vervolgens iedere vijf dagen wiedeggen tot de maïs bovenkomt.
Twee á drie weken na het laatste wiedeggen, het nagekiemde onkruid is dan nog klein, volgt een bespuiting met een zeer lichte dosering van middelen die afgestemd zijn op het aanwezige onkruid.
Drie á vier weken hierna volgt een schoffelbeurt waarbij we in de zelfde werkgang de groenbemester (vanggewas) zaaien. (zie item teelt)

Minimaal gebruik van gewasbescherming in grasklaver

IMG_1891.JPG

Voor grasklaver wordt minimaal gebruik gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. Bij inzaai wordt een dekvrucht gebruikt in de vorm van snijrogge of westerwolds-raaigras. Dit draagt bij aan een snelle bodembedekking waarbij onkruid minder kans heeft. Vervolgens is goed grasland onderhoud belangrijk. Voorkomen van verdichting, eventueel opheffen van verdichting. Beluchten of wiedeggen in het voorjaar. Voorkomen van te zware sneden. Bloten en beregenen indien nodig.

Vezelhennep geen bescherming nodig

IMG_8909.JPG

Vezelhennep is een sterk en snelgroeiend gewas en heeft geen gewasbescherming nodig. Dit geld ook voor bepaalde graansoorten. En wellicht ander gewassen. Dit is een pluspunt.